Logo Rob Hordijk tekstschrijver
MENU

Zwart water spiegelt niet

M

ooie vrouwen vinden bevestiging van hun schoonheid in de spiegel, maar de spiegel van vrouwen die het van hun charme moeten hebben zijn de mannen die ervoor bezwijken. Vrouwen hebben een onverzadigbare behoefte aan spiegels.

Simone was zo'n vrouw die niet mooi was maar het natuurlijke talent bezat om mannen aan te trekken. Ze beschikte over een meisjesachtige charme en een opgeruimd gemoed dat zich regelmatig uitte in een heldere lach die je overal bovenuit kon horen klinken. Ze was ook erg goed in het net niet te veel laten zien van haar borsten die ze meestal bloot in haar bloesje liet hangen. Ze waren flink en stevig en volgden opgewekt al haar bewegingen zodat je al gauw werd beloond met een blik op een verrukkelijke reidans die eerder leek voort te komen uit haar onbevangenheid dan uit raffinement.

Zo ontmoette ik haar in café Het Galjoen, een glas bier in de hand. Haar idool was Arafat, haar ideaal een kernwapenvrije wereld. Haar ogen twinkelden in het schaarse licht dat een ronddraaiende discobal straalsgewijs over de aanwezigen verstrooide. Ik genoot van de reidans in haar bloesje en had daarvoor nog veel meer modieuze maar onbezonnen standpunten voor lief genomen. Later liepen we samen door de nachtelijke straten naar huis. Boven de gracht hing nog de zoelte van de voorbije voorjaarsavond, onze voetstappen echoden tegen de slapende gevels, een kat sprong van een geparkeerde auto, maar wij hadden daar geen aandacht voor. Een boom zag ons kussen en schermde met zijn bladerkroon het bleke gegluur van de maan af toen zij haar rok omhoog deed en haar broekje uittrok. Bomen zijn altijd behulpzaam als er gepaard moet worden, en wij moesten paren die nacht. Ik tilde haar op en zij sloeg haar benen om mijn middel. Haar buik was warm en gulzig. Zij strekte zich om mij dieper in zich te voelen en bewoog toen haar bekken in een koortsig ritme. Zij nam van mij wat ik haar kon geven. Daarna zette ik haar weer neer, voorzichtig als een pas bestoven bloem. Ze droogde haar dijen met haar broekje en streek haar rokje glad. Hand in hand liepen we verder. Tussen ons en de maan waren alleen nog de klanken van de torenklok die zijn slagen over de slapende stad uitstrooide. “En alles is wel,” zei ik hardop zoals de nachtwaker vroeger moet hebben gedaan.

Het was het begin van een langdurige relatie vol haperingen. We hadden weinig gemeen maar deelden een onweerstaanbare behoefte aan elkaars lichaam. Haar borsten waren een lusthof waarboven haar tepels zich als prieeltjes verhieven. Dat ze al dansend zoveel mannen van de wijs hadden gebracht vond ik alleen maar prikkelend. Geen vrouw smaakte zo lekker als zij. Soms, terwijl ik aan het werk was, drong haar zachte zilte smaak mijn mond binnen en sleurden mijn gedachten mee naar haar buik. Niet lang daarna volgde ik zelf naar waar ze ook was - haar werk of thuis - om mijn dorst woordloos en haastig aan haar te laven. Er was altijd wel een leeg kantoor of een bezemkast te vinden. Soms werden we 's nachts wakker terwijl we met ons hoofd tussen elkaars dijen lagen met de ander nog in de mond, als duimzuigende kinderen. Als zij zich 's morgens loom bevrijdde uit de omarming van de slaap was het alsof een paradijselijk landschap van bekoorlijke heuvels en willige valleien tot leven kwam waarin mijn tong telkens weer verdwaalde. Een tepel verhief zich tussen mijn lippen, haar dijen weken uiteen voor mijn hand, de dag begon waar hij 's nachts was geëindigd.

Haar buik verborg een magie die groter was dan zijzelf. Ik lag vaak tussen haar benen en keek naar de vouw die geduldig tussen haar dijen op mij wachtte. Achter de tot elkaar neigende lipjes verstopte zich het monster van haar hartstocht. In het begin vond ik het een lief monster dat mijn tong streelde en mij koesterde. Als ik roerloos in haar was ervoer ik het ballet van de liefde, het spel van de onbewuste contracties, van milde en onweerstaanbare beten, alsof haar monster ongeduldig begon te worden. Het leefde diep in haar en liet zich zien als ze klaarkwam, als haar ogen me bijna verschrikt aankeken omdat er iets in haar lichaam gebeurde dat als een siddering door haar heen trok, haar dwong zich te strekken, zich tegen mij aan te klemmen en haar nagels in mijn huid te slaan.

Het monster nam bezit van haar, of eigenlijk van ons beiden. De rede was weggevlucht voor zoveel genotzucht en ik had hem met lichtzinnig genoegen uitgezwaaid voordat ik mij weer tussen haar dijen liet zinken. Ik hoefde haar hand maar aan te raken of er ging een tinteling door haar heen die ze tot in haar buik voelde. Haar monster sleurde ons mee de ladder van de lust op. Ik voerde haar mijzelf, een kaars die naast het bed stond, een vibrator, een nog grotere vibrator. “Het kan,” zei ze hijgend terwijl haar buik een gegolfd colaflesje als een lome deining in zich opnam. Ze wilde groter dan ooit voor mij zijn, groot genoeg om de aarde te baren. Ik legde haar languit op een tafel, maakte haar buik nat met warm water, zeepte haar in met scheerschuim en schoor haar voorzichtig en eindeloos teder glad. Mijn scheermes ging als een zeis door het korenveld van de liefde waarin zoveel minnaars zichzelf waren verloren. Ze giechelde toen ze zich in de spiegel bekeek. “Lekker jong, hé,” zei ze. Lekker jong, ja. We waren weer kinderen. We lachten terwijl onze buiken op elkaar kletsten. Ik at druiven uit haar en dronk champagne die als een fontein uit haar spoot.

Ik wist dat ik dit monster nooit zou kunnen temmen. Het had zich alleen even met mij tevreden gesteld. Het had een nieuwe prooi nodig en sleurde haar mee terug naar het café waar ze haar triomfen had gevierd. Ze kwam laat thuis. Ik werd wakker toen ik haar hoorde stommelen. Ze stond bij de tafel. Haar jas had ze over een stoelleuning gegooid. Haar haar was in de war, haar rokje gekreukt. Ze had te veel gedronken, Arafat en de kernwapenvrije wereld bezongen, haar lach boven de muziek uit laten klinken, haar borsten laten dansen. Ze keek me hulpeloos aan. De spiegel had zijn weerschijn in hijgerige monden en vluchtige bevestigingen opgeëist. “Neuk me,” zei ze. Ze trok haar rokje omhoog en zette haar handen op tafel. Ze had geen slipje aan. Het lag ergens onder een boom langs een gracht. Ik nam haar met de bittere woede van een verliezer die zijn rivalen wil overtreffen. Mijn handen klauwden in haar borsten en rukten wanhopig aan haar tepels als om dat monster uit haar te trekken. Ze kronkelde van pijn en genot - twee uitersten die in haar mateloze lichaam moeiteloos in elkaar overgingen. Ik had haar willen geselen, haar godverdommese vlees willen laten kermen voor zijn trouweloze zachtheid. In sommige vrouwen leeft zoveel leven dat je vanzelf wordt meegesleurd naar de oorsprong ervan, de tijd dat het er niet toedeed, toen monsters nog een alledaagse verschijning waren.

Ze is gegaan zoals ze is gekomen. Misschien heeft ze van mij gehouden. Maar wat is een gevoel waard tegenover die oermenselijke noodzaak tot bevestiging van wie je bent? Daarvoor zijn vele spiegels nodig. Ik moest mij tevredenstellen met het feit dat ik even alleen van haar heb kunnen genieten. In een donkere winternacht verdween ze langs de gracht en voerde haar monster met zich mee. Onbevangen, met Arafat en een kernwapenvrije wereld op haar lippen, haar borsten bungelend in haar bloes. De bomen waren bladerloos en wierpen schaduwen als graaiende vingers over de inktzwarte gracht. Knokige tentakels die haar wilden verleiden zoals ik zelf en anderen hadden gedaan. Maar zwart water spiegelt niet, zelfs geen schaduwen. In mij voelde ik het verdriet van iemand die zich het leven heeft laten ontglippen. Ik heb nog vaak teruggedacht aan Simone uit café Het Galjoen die meer vrouw was dan haar spiegel kon vertellen.

© 2013

Geef je commentaar

  

Free lance
tekst­schrijver

portret free lance tekstschrijver
Ik ben Rob Hordijk. Mijn leven lang schrijf ik fictie en non-fictie boeken, zakelijke tekst, levensverhalen, artikelen, blogs, columns, verhalen. Soms voor mijzelf, meestal voor anderen.
Loop je vast? Kom je er niet uit? Tekstschrijver nodig? Neem contact op.

Meer verhalen:

Als een klant een boek bestelt maar niet ophaalt, toont de boek­handelaarster zich begaan met zijn lot. Het boek
Het openen van een kraantje is het doel van een inbraak. Maar als de eigenaresse het vervolgens weer opendraait, kan de gelegenheids­boef opnieuw aan de slag. Het kraantje
De zoektocht naar een dansende beer is het motief van Juanito, een kleine gitarist die zijn hart had verpand aan de trouweloze Maria.
Een goede manier om een Chinees beter te leren kennen is een tijdje op hem blijven zitten. Zo leer je meer Chinees dan je lief is. De Chinees
Onstuimige liefdes lopen zelden goed af, zelfs als het hoofdmenu seks is. Een kleine aangrijpende tragedie. Zwart water spiegelt niet
Is wat je ziet waar of niet? Dat is het vraagstuk achter deze liefdes­geschiedenis. Hilde
Dating leidt wel eens tot misverstanden zoals de gedachte dat webcamseks kunst is. Mevrouw Mönch
Voor een violiste is de man achter de lessenaar een muzikale olympiër die een scala van heftige gevoelens oproept. Viola d'Amore
Het lukt de deurwaarder niet een openstaand bedrag op een woonboot te incasseren.


Cartoon van een allround tekstschrijver die teksten schrijft die werken