Logo Rob Hordijk tekstschrijver
MENU

Mevrouw Mőnch

O

p zekere dag besloot mevrouw Sybille Mőnch een profiel te openen op een beschaafde datingsite. Een vriendin had haar verteld dat dat de manier was om in contact te komen met beschaafde heren en daar had mevrouw Mőnch wel oren naar. Ze zag er nog prima uit, had de vriendin haar verteld. “Doe je haar eens beetje losser. Bovenste knoopje open. Lach eens. Ja, goed zo, tikje ondeugend mag best.” De vriendin legde haar iPhone weer neer. “Heb de foto meteen naar je mailbox gestuurd,” zei ze. Thuisgekomen viste mevrouw Mőnch hem daar uit en schreef er een paar regels bij. “Liefhebster (45) van kunst en van klassieke muziek, gescheiden, zoekt een nette man om samen naar concerten, de schouwburg en exposities te gaan.” Ze omschreef het wat uitgebreider, maar daar kwam het wel op neer.

Vervolgens ging ze op zoek. Ze zocht op de trefwoorden “klassiek” en “muziek”, kwam op het profiel van de schrijver Rombout terecht die had gezegd dat hij ook van klassieke muziek hield, en vroeg hem of hij soms trek had in een kop koffie. Haar foto toonde een aantrekkelijk ogende vrouw met kastanjebruin haar, een licht ironische oogopslag boven een mondaine glimlach en een frivool geopend knoopje in haar blouse. Rombout schreef haar terug dat hij altijd trek had in koffie, vooral als deze door zo'n leuke dame werd geserveerd.

Ze nam zijn niet zeer verfijnde complimentje voor lief en begon een correspondentie met hem over een aantal kunstzinnige onderwerpen. Na enig heen en weer geschrijf bekroop Rombout, die niet alleen de kunst maar ook de passie een warm hart toedroeg, het gevoel dat mevrouw Mőnch haar gehele libido in de kunst had geïnvesteerd. Er school iets verbetens in die verheerlijking. Misschien joeg het aardse haar angst aan. Maar dat vermogen je met ziel en zaligheid en vooral hartstocht aan iets te kunnen wijden sprak Rombout erg aan. Ze deed hem denken aan een strenggereformeerd plattelandsmeisje dat zich in de grote stad met evenveel geestdrift aan de zonde overgaf als daarvoor aan Gods woord. De richting was veranderd, maar de intensiteit was dezelfde en was niet minder schaamteloos en genotzuchtig. Mevrouw Mőnch kon liefhebben, nu alleen nog hem.

Daarom probeerde hij aan hun uitwisseling een paar kruidige elementen toe te voegen. De natuur zelf was de grootste kunstcollectie. Zij had zich genereus opengesteld om alle mensen niet alleen van haar maar ook van elkaar te laten genieten, vertelde hij. Zo hoopte hij hun gesprekken wat profaner en misschien wat intiemer te maken. Mevrouw Mőnch liet dat aan zich voorbijgaan. Rombout riep de naakten van Gustav Klimt en Jan Sluyters te hulp en prees hun erotische zeggingskracht. Zag mevrouw Mőnch dat soms ook zo? Maar mevrouw Mőnch kwam niet verder dan de muzikale romantiek van Franz Schubert. Ten einde raad zei Rombout dat het grote verschil tussen kunst maken en van kunst genieten bestond uit de rol die seks daarin speelde. Kunstenaars konden er niet buiten, de genieters hadden het buitengesloten.

“Dat is beter dan wanneer de genieters er niet buiten hadden gekund, m'n beste Rombout,” antwoordde mevrouw Mőnch. “Zij zouden vast niet zulke kunstenaars zijn.” Daarmee kon Rombout het doen.

Hij keek nog eens naar haar portret. Een mooie vrouw. Dat extra geopende boordknoopje liet het begin zien van een hoopgevende welving die zich onder de afsnee van de foto zou voortzetten in borsten met die malse rijpheid van oudere vrouwen. Rombout hield van die rijpheid, van weelderig gepolsterde heupen en dijen, van zachte buiken met diep geplooide navels, van borsten met grote tepels die zich zwaar en verrassend koel en kusbaar in zijn handen vlijden. Hij wist zeker dat mevrouw Mőnch bruine tepels en tepelhoven bezat. Hij besloot nog een poging te wagen. “Geloof je echt,” zo schreef hij haar, “dat Schubert een eunuch was? Hij stierf op z'n eenendertigste aan syfilis. Hij zat met een erectie achter zijn piano de liederen te componeren waarvan jij denkt dat ze het zuiverste zijn dat de Romantiek heeft voortgebracht. Ongetwijfeld zijn ze het zuiverst, maar even ongetwijfeld en onontkoombaar is zaad de brandstof van de Romantiek geweest.”

“Dat betekent niet dat elk zaad kunst voortbrengt en de moeite van het ontspruiten waard is," zei mevrouw Mőnch. “Soms kan het beter blijven waar het is.”

Er trad een stilte in. Rombout had de moed opgegeven de mooie mevrouw Mőnch van haar kunstverliefde kuisheid te kunnen ontdoen. Zijn laatste opmerking had als zijn andere opwekkingspogingen zijn doel volkomen gemist. Hij was afgegaan. Daarom had hij haar bijgezet in het urnenveld van miskleunen dat zich tijdens zijn internetavonturen had gevormd en had haar bruine tepels uit zijn hoofd gebannen.

In Frankfurt spraken mevrouw Mőnch en haar vriendin elkaar in een luxueus café. De vriendin keek de ober na die met enige zwier de koffie op hun tafeltje had gezet. “Elke man denkt dat hij een penseel of een penhouder in zijn broek heeft. Daarmee willen ze creëren. Ze zetten drie lijntjes op papier en roepen hun vrouw om te vragen wat die betekenen. Avondschemering of Introspectie-3 zegt zo'n mens dan. Dat vinden ze geweldig. Zij spugen wat en wij vrouwen maken daar wat van. Een kind, een kunstwerk, een kathedraal. Zo is het altijd gegaan en zo zal het nog wel een tijdje gaan.” De vriendin boog zich voorover naar mevrouw Mőnch toe en fluisterde: “Ik laat ze spugen waar ze maar willen. Ik help ze en geniet daarvan maar ik doe er natuurlijk niets mee. Ik ben me daar een haartje betoeterd.”

Rombout was al een tijdje bezig Saskia uit Bafloërmond voor zich te in te nemen, toen hij tot zijn verrassing weer een mail van mevrouw Mőnch kreeg. “Mijn beste Rombout,” schreef zij, “je hebt gelijk. Ik heb kunst altijd als iets onaards beschouwd en de kunstenaar als het werktuig van een of andere goddelijke inblazing. Maar dat kan natuurlijk niet. Het zijn de genieters die de kunst los willen zien van het sterfelijke lichaam van de kunstenaar. Dat zegt echter meer over de genieters dan over de kunstenaars, zoals je mij terecht hebt voorgehouden. De echte makers zijn mensen van vlees en bloed met al hun nukken en grillen en hebbelijkheden. Voor dit inzicht moet ik je dankbaar zijn. Ik hoop dat ik je niet te hard ben gevallen. Dat zou mij spijten. Een prikkelende vraag is hoe je dat inzicht hebt verworven. Maak jij dergelijke aangename ogenblikken mee als je achter je bureau zit en schrijft? Stuur eens een paar foto's. Ik heb de vorige opgeruimd.”

Rombout reageerde met de uitgelatenheid van een hond die een kat heeft leren blaffen. Hij had haar niet alleen van zijn standpunt kunnen overtuigen, maar blijkbaar was ze hem onder haar koele afstandelijkheid toch meer toegenegen geweest dan ze had doen blijken. Ook de toon van de mail was jovialer dan die van de voorgaande. Hij vertelde mevrouw Mőnch dat hij niets liever deed dan de draad weer oppakken en zond haar een paar foto's van zichzelf achter zijn bureau, zo decent mogelijk maar onmiskenbaar Schubertiaans. Hij had zijn halve werkkamer moeten verbouwen om der kleine Franz er achter zijn bureau goed op te krijgen. Misschien kreeg hij nu ook meer van mevrouw te zien.

Het antwoord van mevrouw Mőnch was echter scherp afwijzend. Dat zij een zekere meegaandheid had getoond in de discussie over de wortels van de kunst betekende niet dat zij die wortel zelf wenste te zien, schreef zij hem.

Het leek de doodsteek voor hun stroeve uitwisseling. Rombout voelde zich volkomen belachelijk. Hij meende toch echt dat zij de foto′s had bedoeld die hij Schubertiaans had genoemd. Maar toen hij haar tekst nog eens herlas moest hij toegeven dat hij zich door zijn opgetogenheid rond de schijnbaar ontdooide mevrouw Mőnch had laten misleiden. Haar woorden konden op twee manieren worden opgevat, maar dat had zij op haar beurt ook kunnen bedenken. Hij nam zich voor geen aandacht meer aan haar te besteden en zich zelfs nooit meer met internetdating in te laten, ondanks Saskia uit Bafloërmond. Elke keer als hij naar zijn computer of zijn smartphone keek, leek het alsof er een hatelijke schaterlach uit de apparatuur opsteeg.

Maar mevrouw Mőnch was niet van plan om Rombout al te lang met zijn verongelijktheid te laten zitten. “Lieve Rombout, het spijt me als ik je heb gekwetst,” schreef zij een paar dagen later aan hem. “Ik heb geen ervaring met internet. Vergeef mij dat het mij enige tijd heeft gekost om te begrijpen dat deze vorm van fotografie het gat vult tussen praten en de behoefte aan meer intimiteit. In het dagelijks leven bedrijven de mensen de liefde met elkaar, in deze wereld van illusie staan mensen elkaar toe zich die liefde te verbeelden. Foto's zijn daarbij kennelijk de sleutel die de verbeelding aan de juiste vormen en afmetingen moet helpen. Nogal onschuldig, lijkt me. Zullen we eens Skypen?”

Héél misschien had Rombout zonder die laatste toevoeging haar uitnodiging weerstaan. Maar haar voorstel om te Skypen was net zo verbluffend als een maagd die pardoes in een jacuzzi met dronken vrouwenhandelaren springt. Bij internetdating is Skypen het voorgeborchte van de slaapkamer. De nieuwsgierigheid en behoefte aan intimiteit vinden er een uitweg in beelden die strelingen en gloeiende kussen vervangen. De venijnige tandafdruk in Rombouts ego was op slag verdwenen. De bruine tepels doemden weer voor hem op, groter en begeerlijker dan ooit. Even speelde de gedachte door zijn hoofd dat mevrouw Mőnch wel erg makkelijk van mening was veranderd, maar als alle andere mogelijke tegenwerpingen verdampte ook deze ijle flard van bezinning vliegensvlug boven de kookpot van testosteron waarin zijn brein was veranderd.

Mevrouw Mőnch was mooi, vond Rombout. Haar bruine haar golfde in krullende slagen langs haar gezicht. In de lijn van haar lippen tekende zich de golfslag van een wereldzee af. Bruine ogen staarden hem vriendelijk aan en gleden langs zijn gezicht, langs zijn haar dat hij voor de gelegenheid enigszins had gekamd, zijn mond, zijn hals, de opening van zijn overhemd. Ze bekeek hem met de aandacht die ze aan een kunstwerk besteedde. “Je lijkt niet echt op Schubert,” zei ze toen en vervolgde: “Gelukkig maar. Schubert was een klein dik mannetje met een krullenkop.” Ze nipte van een glas rode wijn die fonkelde in het licht van een lamp. Het warme licht gleed koesterend over haar heen en liet de kleuren van de kamer achter haar in elkaar overvloeien. Gemanicuurde en gelakte nagels hielden de steel van het glas vast. Haar pink stak koket naar buiten en verleende de handeling nog meer gratie. Haar volle lippen leken de wijn slechts te kussen. Mevrouw Mőnch was het hoogtepunt van een smaakvol stilleven. Ongetwijfeld was wat nu nog onzichtbaar was ook perfect, dacht Rombout die zijn ogen langs de onderzijde van het beeldscherm liet gaan waar zich onder een laagje wol en een ongetwijfeld dure beha de bruine tepels moesten bevinden. Hij vroeg zich af hoe hij haar tot zoveel frivoliteit zou kunnen bewegen dat ze haar kleren zou uitdoen. Haar prijzen als een prachtig schilderij waaronder zich nog fraaiere moesten bevinden, besloot hij. Het zou een lange weg worden, maar de moeite waard.

Mevrouw Mőnch was hem echter mijlenver voor. “Laat hem nu maar eens zien,  alsjeblieft,” zei ze en glimlachte. Rombout schrok op. “Wat?,” vroeg hij. “Je eh ... penis,” antwoordde mevrouw Mőnch, “ik wil hem graag zien, alsjeblieft.”

Hij had verbaasd moeten zijn, nog sterker dan alle voorgaande keren dat ze hem had verbaasd. Maar zijn gemoed werd beheerst door het timbre van haar stem. Het was een melodieuze alt, gevormd diep in haar lichaam, die hem omhulde met resonanties van haar buik en borsten alsof ze zijn hoofd liefdevol tegen zich had aangetrokken. Het was de klank van die delen van haar lichaam waar hij zo van hield. Haar stem was intiemer en opwindender dan wanneer zij naakt voor hem zou hebben gedanst en dwingender dan wanneer zij een pistool op hem zou hebben gericht. Vooral als mevrouw Mőnch alsjeblieft zei had Rombout het idee dat haar dijen zich openden en haar bruine tepels wellustig langs zijn oor streelden. Hij zou voortaan doen wat zij zei.

En dus maakte Rombout langzaam zijn broek los en trok hem uit. Daarna ontdeed hij zich van zijn boxershort en richtte zich op. De webcam liet precies het deel van zijn buik zien dat onder zijn polo uitkwam. Goddank had hij geen overhemd aan. Er was geen lulliger aanblik dan twee gekreukte hemdspanden die zijn pièce de résistance als verfrommelde kranten flankeerden. Zijn penis nam een weifelende houding aan tussen begeerte naar mevrouw Mőnch en een zekere podiumvrees.

Mevrouw Mőnch volgde gefascineerd al zijn bewegingen. “Kom eens wat dichterbij zodat ik hem beter kan zien, alsjeblieft,” zei ze. Rombout deed wat ze hem vroeg en manoeuvreerde zijn geslacht zo dicht mogelijk naar de webcam toe. “Maak hem eens wat stijver, wil je, alsjeblieft?” Steeds dat alsjeblieft dat elk verzet bij voorbaat kansloos maakte, als Rombout al tot verzet bereid zou zijn. Voor zijn webcam maakte hij het klassieke gebaar van het naar voren en naar achteren bewegen van zijn voorhuid. Het had al snel resultaat. Zijn penis werd stijver en wees enthousiast en onmiskenbaar in de richting van mevrouw Mőnch. Hij zag geestdrift in haar ogen.

Mevrouw Mőnch gaf hem meer instructies en Rombout gehoorzaamde gewillig. De geestdrift in haar blik leek toe te nemen en haar stem trilde alsof ze een heftige gemoedsbeweging probeerde te beteugelen. De brandende bruine ogen van mevrouw Mőnch volgden Rombout met gretigheid en veroorzaakten een golf van opwinding in hem. “Kun je nog wat dichterbij komen, alsjeblieft?,” vroeg ze. Rombout verplaatste zijn webcam zodat zijn penis beeldvullend op het scherm verscheen. Mevrouw Mőnch was in haar nopjes: “Ja, goed zo. Wat een mooi gezicht. Laat jezelf maar gaan, Rombout. Laat jezelf maar gaan voor mij, alsjeblieft”. Haar stem trilde nu merkbaar van opwinding.

Rombout ging door terwijl zijn ogen over mevrouw Mőnch, haar enigszins geopende mond en vooral over de aanzet van haar borsten gleden. De welving bewoog mee op haar hijgende ademhaling en verhief zich soms boven de onderrand van zijn scherm. Als er ooit een moment was geweest haar te vragen haar borsten voor hem te ontbloten en hem haar grote bruine tepels te laten zien, was het nu, maar hij piekerde er niet over haar sensatie te verstoren. De opwinding die zich van haar had meester gemaakt was zijn grootste beloning.

Mevrouw Mőnch zag voor haar ogen nauwelijks de kleine schrijver die zich voor haar uitsloofde. In zijn plaats zag ze Klimt in zijn atelier, Picasso die een naakt schilderde, de kleine dikke Schubert achter zijn piano. Ze zag hen op het moment van schepping. Ze zag haar geliefde kunst kloppen in gezwollen aderen en een tot barstens toe aangelopen hoofd. Ze verbeeldde zich dat het haar hand was die de kunst als een jaknikker aan zijn schepper wilde onttrekken. “Kom maar, Rombout, kom voor mij, alsjeblieft.” En Rombout kwam. Mevrouw Mőnch zag hoe de kunst zich explosief een weg naar buiten zocht, over de webcam gutste en haar zodoende het beeld bespaarde van de ineenstortende kunstenaar na volbrenging van zijn meesterwerk. Rombout hoorde nog wel haar kreten van verrukking.

Enige tijd later kreeg hij opnieuw een mail van haar. Het was alleen niet mevrouw Mőnch, maar haar voormalige echtgenoot die hem vertelde dat Sybille was opgenomen in een instituut voor de behandeling van mensen die lijden aan een geestesziekte die zich kenmerkt door momenten van euforie en depressie. Zij had hem verzocht Rombout een bericht te sturen: “Lieve Rombout, het gaat goed met mij. Dank je wel dat je mij het ontstaan van de kunst hebt laten zien.”

© 2013

Geef je commentaar

  

Free lance
tekst­schrijver

portret free lance tekstschrijver
Ik ben Rob Hordijk. Mijn leven lang schrijf ik fictie en non-fictie boeken, zakelijke tekst, levensverhalen, artikelen, blogs, columns, verhalen. Soms voor mijzelf, meestal voor anderen.
Loop je vast? Kom je er niet uit? Tekstschrijver nodig? Neem contact op.

Meer verhalen:

Als een klant een boek bestelt maar niet ophaalt, toont de boek­handelaarster zich begaan met zijn lot. Het boek
Het openen van een kraantje is het doel van een inbraak. Maar als de eigenaresse het vervolgens weer opendraait, kan de gelegenheids­boef opnieuw aan de slag. Het kraantje
De zoektocht naar een dansende beer is het motief van Juanito, een kleine gitarist die zijn hart had verpand aan de trouweloze Maria.
Een goede manier om een Chinees beter te leren kennen is een tijdje op hem blijven zitten. Zo leer je meer Chinees dan je lief is. De Chinees
Onstuimige liefdes lopen zelden goed af, zelfs als het hoofdmenu seks is. Een kleine aangrijpende tragedie. Zwart water spiegelt niet
Is wat je ziet waar of niet? Dat is het vraagstuk achter deze liefdes­geschiedenis. Hilde
Voor een violiste is de man achter de lessenaar een muzikale olympiër die een scala van heftige gevoelens oproept. Viola d'Amore
Het lukt de deurwaarder niet een openstaand bedrag op een woonboot te incasseren.


Cartoon van een allround tekstschrijver die teksten schrijft die werken