Logo Rob Hordijk tekstschrijver
MENU

Mein Junges Leben hat ein End

Fragment uit een levensverhaal


I

n het land van Bach kon niet zo heel veel mis zijn, zal mijn vader hebben gedacht toen de oproep van de Arbeitseinsatz in de bus viel. Als veelbelovend orgelstudent kwam je niet ver zonder eerbied voor deze grootmeester van de barok. Veel keus had hij bovendien niet. Daarom was hij met een koffertje op de tram naar het CS gestapt. In Duitsland belandde hij bij Krupp in Essen waar kanonnen werden gegoten. Hier regelde hij een draaglijk bestaan dat enige bewegingsvrijheid, een kamertje in de stad en een vriendin omvatte. Het kamertje werd al snel weggebombardeerd waarna zijn vriendin hem in huis en bed nam. Maar van lustig samenzijn kwam niet veel terecht. Het grootste deel van de nachten brachten ze door in de kelder waar ze schuilden voor de bommenregens die de geallieerden over hen uitstortten.

Oorlogen creëren moeiteloos gebrek aan juist die mensen waaraan door hun vraatzucht grote behoefte ontstaat. Dat geldt voor soldaten, maar ook voor organisten om uitvaartplechtigheden te begeleiden. In deze bizarre paradox vond mijn vader als organist een tijdelijke bestemming. “De rouwkapel is de achterkant van het slagveld waar glorie en nederlaag tot treurige bezinning komen,” zou hij na de oorlog zeggen. Met gevoel voor ironie moet hij zich hebben gerealiseerd dat hij de Duitsers niet had verwelkomd, maar ze wel stuk voor stuk uitgeleide deed. Dus speelde hij terwijl om hem heen de bommen vielen. Hij had een voorliefde voor “Mein Junges Leben hat ein End”. Ook deze keus bevatte een ironische finesse. De titel gaf de Duitsers de indruk dat hij uit hun eigen rijkgevulde muziekbibliotheek had geput, maar de muziek die hun doden begeleidde was van de Nederlandse componist Sweelinck.

Aan het begin van de jaren zestig was ik met mijn vader in Duitsland. Het was vooral een reis langs plaatsen waar hij tijdens de oorlog was geweest. De littekens waren nog goed te zien. We liepen door steden waar het puin hoog lag opgetast. Op sommige plaatsen stonden stukken muur overeind die niet meer bestaande daken en etages ondersteunden, met vensters die uitzicht boden op verdwenen straten. Sporen van vroegere bewoning tekenden zich af als aardlagen die zich in resten pleisterwerk hadden vastgezet. Flarden behang, een schemerlamp, schilderijtjes, resten van een deurkozijn lieten onbeschroomd de burgerlijke zelfkant van Das Reich zien. Rusteloos piepend in de wind scheidde een scheefgezakt luik een niet meer bestaand binnen van het alom aanwezige buiten, als symbool van een verloren oorlog.

Tussen deze puinhopen zocht mijn vader zijn weg. Zwijgend. Hij was ongetwijfeld in beslag genomen door herinneringen en speurde naar schaarse punten van herkenning. “Na elk bombardement zag het stratenplan er weer anders uit,” mompelde hij. Telkens als we een kerk voorbijkwamen probeerde hij de deur om te zien of deze niet was afgesloten. Uiteindelijk vond hij een kleine kerk die open was. Het bouwwerk was als door een wonder gespaard en lag aan de zonnige zijde van een plein waarop veel mensen liepen. De hoge deur bevond zich in een portaal aan de voet van de toren en stond uitnodigend open. Mijn vader kende de kerk en liep resoluut naar een trap die naar de orgelgalerij leidde. De plavuizen vloer deed onze voetstappen weergalmen in de gewelfde ruimte. Hij klom gehaast en met grote stappen de trap op. Voor het orgelklavier stond een kruk. Het leek alsof de kerk op hem wachtte.
Deel van het fraaie orgel van de Sint Maartenskerk, Zaltbommel
Wolfferts-Heyneman-orgel in de Sint Maartenskerk te Zaltbommel
(Foto Eva Verbeek/Jef Schaap)

Ik kreeg nauwelijks de tijd om de kerk in te kijken. Ik zag alleen dat hij bijna leeg was. Mijn vader liep naar de achterkant van het instrument. Daar stond een blaasbalg die met een groot wiel moest worden bediend. Hij legde mij met gedempte stem uit dat de blaasbalg voor lucht in de orgelpijpen zorgde zodat hij zou kunnen spelen en deed mij voor hoe ik het wiel moest draaien. Dat wist ik wel: als een draaiorgel. Ik had thuis op straat uren doorgebracht met kijken naar draaiorgels. “Blijf draaien, hoor, anders kan ik niet meer spelen,” zei mijn vader nog en verdween om de hoek naar de voorkant van het instrument waar het klavier zich bevond.

Het wiel draaide zwaar. Het was gemaakt voor een volwassene, een koster of een hulp-organist, niet voor een jongetje van amper tien. Ik moest op mijn tenen staan om het wiel een volle omwenteling te laten maken. Ik hoorde de oude balg lucht wegzuchten naar de orgelpijpen die boven mij uittorenden. Ik had geen idee of dat genoeg was voor het grote instrument. Ik hoorde klappen in het inwendige toen mijn vader de registers van het orgel opentrok. Daarna hoorde ik de eerste klanken. Een hoge toon, gevolg door een iets lagere die door de pijpen in de ruimte werden geblazen. Er volgden meer tonen en er voegden zich donderende bassen bij. Het schip van de kerk vulde zich met geluid. Mijn vader speelde “Mein Junges Leben hat ein End”. Natuurlijk speelde hij dat, al wist ik dat toen niet.

De variaties werden rijker met ingewikkelde tegenmelodiën en toccata-achtige stukken die mijn vader tot virtuositeit dwongen. Ik zwoegde aan het grote wiel om te zorgen dat hij voldoende lucht had om de door elkaar wervelende thema's tot klinken te brengen. Een gevoel van trots ging door mij heen omdat ik een aandeel had in die majestueuze orgelklanken. De deuren van de kerk gingen een paar maal open en ik meende schuifelende voetstappen, fluisterende stemmen en zelfs gedempte snikken te horen. Mijn vader zette net een variatie in die de finale van Sweelincks meesterwerk vormde toen ik het niet meer uithield. Ik had genoeg van de blaasbalg, brandde van nieuwsgierigheid naar wie er in de kerk waren en begreep dat ik mijn vader nooit zou zien spelen als ik niet ging kijken. Daarom gaf ik nog een paar extra slingers aan het wiel zodat hij voor een tijdje genoeg lucht had en rende naar de balustrade. Mijn vader zat met zijn rug naar de kerk gekeerd en bespeelde het orgel. Hij kende het muziekstuk uit zijn hoofd. Zijn handen gleden over de manualen en zijn voeten bedienden de pedalen. Hij speelde met zijn hele lichaam. Toen keek ik naar beneden.

De kerk had zich gevuld met mensen. Op de kerkbanken zag ik biddende vrouwen, een zwarte hoofddoek om het haar. Sommigen waren helemaal in het zwart gekleed. Sommigen keken op naar het orgel. Ik zag gebogen hoofden en betraande ogen. De muziek van mijn vader had ze teruggeroepen van het plein en teruggehaald in de tijd om ze voor een ogenblik dichter bij hun beminden te brengen. Toen was het voorraadje lucht op dat ik in het instrument had gepompt en stierven de laatste klanken weg. Er volgde een diepe stilte. Precies op dat moment brak een kleurige zonnestraal door een van de gebrandschilderde vensters en viel als een lichtspot op mijn haar. Allen keken naar mij. Even leek het alsof de slagvelden van Europa een jong leven hadden teruggegeven.

Mijn vader kwam naast mij staan. “Ik kon echt niet meer,” zei ik. Hij legde een hand op mijn schouder. “Het is goed,” zei mijn vader toen, “het is goed dat dit Junges Leben geen einde heeft gekregen. Er zijn er al te veel geweest. Veel te veel.”

Geef je commentaar

  

Free lance
tekst­schrijver

portret free lance tekstschrijver
Ik ben Rob Hordijk. Mijn leven lang schrijf ik fictie en non-fictie boeken, zakelijke tekst, levensverhalen, artikelen, blogs, columns, verhalen. Soms voor mijzelf, meestal voor anderen.
Loop je vast? Kom je er niet uit? Tekstschrijver nodig? Neem contact op.

Meer over
levens­verhalen:

In 20 Tips om zelf je levensverhaal te schrijven vind je allerlei praktische tips om je eigen levensverhaal op schrift te stellen. Lees hier over schrijfplannen, lijdende en bedrijvende vorm, cliché's, waarom je je tekst moet detailleren en variëren en nog veel meer, tot en met opmaak en drukker.
Het schrijven van je levensverhaal doet een flink beroep op je geheugen. Gelukkig zijn er ook veel manieren om het op te frissen. Vooral Google kan je daarbij goed helpen. Neem een kijkje op Tips om je geheugen te stimuleren.
In het Levensverhaal in de psychologie kun je lezen dat de mens zichzelf ziet als een consistent verhaal. Een levensverhaal, dus. De psychologie kan daar iets mee. Jijzelf trouwens ook.
Er zijn allerlei Soorten levensverhalen en ze zijn van alle tijden. Biografiën, memoires, dagboeken, blogs, zelfs profielen op datingsites. Het worden er steeds meer maar wat is het verschil?
Kom je er niet uit? Loop je vast? Laat dan je levensverhaal door een tekstschrijver optekenen. Wat je daarvoor moet doen en daarvan kunt verwachten, lees je in Samen je levensverhaal schrijven.

Meer voorbeel­den van
levens­verhalen:

Een groepje jonge helden loopt de stad uit, het avontuur tegemoet. Jonge helden
Een meisje met wereldse opvattingen wil toch graag meedoen aan de kerstviering van de kloosterschool. De triangel
Een man denkt terug aan zijn eerste jaren aan de rand van Utrecht. De Vecht stroomde gewoon verder
Een gestorven geliefde blijft door iemands hoofd spoken. De telefoon ging


Cartoon van een allround tekstschrijver die teksten schrijft die werken