Logo Rob Hordijk tekstschrijver
MENU

De triangel

Fragment uit een levensverhaal


Z

uster Clarissa had niet zoveel met mij op. Waaraan dat lag, kon ik alleen maar vermoeden. Mijn ouders deden hun uiterste best om van mij een voorbeeldig lid van de samenleving te maken, en ik deed mijn best hun niet teleur te stellen. Maar misschien school daarin een te werelds trekje. Misschien was ik meer beeldig dan voorbeeldig. Van nonnen kon je een boel zeggen en veel daarvan was goed, maar het bleven vrouwen en dus hadden ze een stevige afkeer van alles wat Onze Lieve Heer meer zou kunnen bekoren dan hun nonnengewaad verhulde. Hij was in al zijn goddelijkheid toch een man en dan bleef het uitkijken geblazen.

Daarom kon je zo'n meisje maar beter een beetje weghouden, dacht zuster Clarissa blijkbaar. Weg van bevoorrechte taken als koffie halen, boeken uitdelen, het schoolbord schoonvegen. Als ze mij riep klonk haar stem schril door de kloostergangen. Dat was opmerkelijk omdat zuster Clarissa ons muziekles gaf en vaak voor de klas demonstreerde hoe je je stem welluidend kon doen zijn. “Van alzo hó-ó-ge” zong ze bijvoorbeeld en duwde haar boezem naar voren als om de o's de rondheid mee te geven van een eindeloze spiltrap naar de hemel terwijl ze tegelijkertijd met haar handen cirkelvormige bewegingen maakte. “Barensnó-ó-ód” zong Marieke die naast me zat fluisterend en deed haar handbewegingen na. Natuurlijk droeg mijn geschater niet bij aan mijn betrekkingen met zuster Clarissa.

In een kloosteromgeving zijn muziek en zang belangrijke uitingen. Een klas die zonder veel harmonische uitwassen en met redelijk samenvallende inzetten een psalm kon zingen was een toonbeeld van orde en eendracht. Daarom organiseerde de kloosterschool jaarlijks omstreeks Kerstmis een muziekuitvoering met veel koorzang. Wie kon zingen, zong, wie een instrument kon bespelen ging het orkest in. Zuster Clarissa was voortdurend bezig het muzikale talent van haar pupillen vast te stellen.
“Marloes, nu jij. Gij komt van alzo hoge. Vooruit.”
Ik zong “Gij komt van alzo hoge”.
“Dat lijkt nergens op. Ga staan en doe mij na. Gij komt van alzo hó-ó-ge.” De boezem van zuster Clarissa ging vooruit en haar handen gebaarden de o's als propellers naar het plafond van het klaslokaal.
Ik ging naast mijn tafeltje staan.
“Gij komt van alzo ho-o-ge” zong ik. Ik trok mijn rug hol en duwde mijn borst naar voren zoals ik zuster Clarissa had zien doen. Een goede gelegenheid om de klas te laten zien dat ik al een beha had. Maar de klank lukte net zo min als de handbewegingen van zuster Clarissa. Het leken wegwerpgebaren die mijn o's een neerwaartse richting gaven in plaats van een verrijzende.
Uit de klas steeg een onderdrukt gegrinnik op. Zuster Clarissa dacht dat ik haar met mijn onbeholpenheid in de maling nam.
“In de hoge zit ook de duivel. Die zal zijn oren nu wel hebben gespitst. Misschien moet je die beha thuislaten. Dan maak je mooiere o's,” zei zuster Clarissa.
Dat was het, die beha. Keurige cupjes met een roze strikje in het midden. Jongens hadden lang haar, meisjes een beha. De nonnen konden het kledingstuk moeilijk verbieden maar beschouwden het als een uitnodiging aan het Kwaad dat op het schoolplein loerde en zich op lawaaiige brommers verplaatste. Meisjes moesten geen aandacht op hun lichaam vestigen. Maar ik piekerde er niet over dit pas verworven instrument van vrouwelijkheid af te leggen.

Tegen Kerstmis verschenen er in het dorp aankondigingen van de jaarlijkse muziekuitvoering. In de klas nam de spanning toe. Het weghouden door zuster Clarissa werd voelbaarder. Iedereen had een rol in de grote gebeurtenis behalve ik. De koorzang werd eindeloos gerepeteerd, maar zonder mij. De instrumentale artiesten werden apart genomen, maar eveneens zonder mij. Mijn ouders zouden ook komen en wilden wel eens weten wat mijn aandeel in de uitvoering zou zijn.
“Wat moet ik doen,” waagde ik zuster Clarissa te vragen.
Van onder haar smetteloos witte nonnenkap keken twee fletse ogen mij aan. Ze zuchtte. De huid rond haar mond was een craquelé van fijne rimpels en op haar onopgemaakte wangen deinde een rare bobbel mee, een onappetijtelijk groeisel waarvoor haar geloofsijver haar niet had kunnen behoeden. Misschien vond Onze Lieve Heer een beetje verhullende make up ook wel fijn, dacht ik.
Zuster Clarissa stond op en pakte zwijgend iets uit een kast.
“Dit is een triangel,” zei ze. Ze hield het driehoekige metalen instrument omhoog aan een touwtje dat aan een van de hoeken was vastgemaakt. “En dit is het stokje waarmee je erop tikt.” Het was een metalen staafje met een houten handvat. “Vlak voor het einde van Nu zijt wellekome, na Kyrie eleis, geef je met het stokje één tikje op de triangel.” Ze deed het voor. De triangel liet een heldere ping horen die nog even nagonsde in het klaslokaal. “Dat lijkt niet veel, maar is heel belangrijk. Deze ping symboliseert het opstijgen van onze smeekbede naar Onze Lieve Heer. Ik zal je aangeven wanneer je moet slaan.”
Het leek me niet erg moeilijk en ik kon mijn ouders vertellen dat mijn bijdrage eenvoudig maar doorslaggevend zou zijn. Zonder mijn ping kwam de boodschap niet aan en had iedereen net zo goed thuis kunnen blijven.
“En nog iets,” zei zuster Clarissa, “je staat naast de paukenist, dus helemaal achteraan.”
Het kreng. Ze had een manier gevonden om mij en mijn mooie beha zoveel mogelijk uit het zicht te houden. Naar goede kerkelijke gewoonte moest de zonde toegedekt blijven.

Het was behoorlijk koud in de onverwarmde kloosterkapel. Wat er aan warmte was had zich in de hoge gotische gewelven verzameld. We hadden allemaal een dun zwart truitje en een zwarte rok aan. “Jullie zingen je wel warm,” had zuster Clarissa gezegd. De kapel was vol. Vooraan zaten de burgemeester en zijn vrouw naast de moeder-overste van het klooster. De banken daarachter waren bezet door ouders en andere familieleden. Voor wie op het podium stond waren zij kleine eilandjes van onvoorwaardelijke bewondering in een zee van afwachtende gezichten. Een fotograaf van de dorpskrant was druk in de weer om het allemaal vast te leggen. De wethouder van onderwijs heette de aanwezigen welkom. Vervolgens kwamen de uitvoerenden op, voorafgegaan door zuster Clarissa die iedereen zijn plek wees. “Beha's achteraan,” siste ze tegen mij. De bobbel wipte kwaadaardig langs haar wang op en neer. Ik omklemde mijn triangel en het stokje en ging naast de paukenist staan, onder het orgel.

Zuster Clarissa nam plaats achter de lessenaar vooraan het podium vanwaar zij koor en orkest zou dirigeren. Voor haar was dit het jaarlijks weerkerende hoogtepunt. Gods glorie en die van haarzelf in innige muzikale verstrengeling. Een verkeersagent in habijt midden in het spitsuur van heiligheid, muziek en de buitenwereld.

Nu zijt wellekome was het laatste onderdeel van het programma. Ik moest minstens een uur wachten voordat ik mijn bijdrage zou kunnen leveren. Er was geen stoel voor mij. Vanuit de plavuizen vloer trok een kilte op die mij langzamerhand geheel beving. Terwijl mijn klasgenoten uit volle borst zongen of hartstochtelijk musiceerden, stond ik huiverend naast de paukenist die af en toe een slag op een bekken gaf of een roffel op een pauk. Hij had ten minste nog iets te doen. Ik werd alleen maar kouder.

Maar met de kou steeg ook de spanning. Elk lied bracht de ontknoping dichterbij. Toen eindelijk het orgel boven mijn hoofd Nu zijt wellekome inzette, leek de adrenaline in mijn bloed het gebibber te hebben verdreven. Mijn glorieuze ping zou niet alleen onze smeekbedes overtuigend ten hemel sturen maar ook afrekenen met de zotte gedachte dat een beha een beletsel was voor een puik muzikaal optreden.

Nu zijt wellekome, Jesu lieve Heer

zong het koor. Ik nam de blinkende triangel in mijn linkerhand en hield hem vast aan het touwtje.

Gij komt van alzo hoge, van al zo veer

Mijn lippen prevelden de tekst mee. Ik kon mij niet voorstellen dat “ver” in oud-Nederlands ooit “veer” was geweest, maar alla. Ik zou het lied met zijn manke rijm dwars door wolkendek, dampkring en kosmische duisternis heen pingen. Ik pakte het triangelstokje in mijn rechterhand.

Nu zijt wellekome uit de hoge hemel neer

Ik hief de triangel voor mijn gezicht, mijn blik gericht op zuster Clarissa die de muziek met gedragen gebaren in de lucht uittekende.

Hier al op dit aardrijk zijt gij gezien nooit meer

Ik deed een stap naar voren. Mijn ouders moesten mij kunnen zien terwijl ik de finesse van deze avond ten gehore bracht.

Kyrie eleis

Heer, ontferm u over ons - de ijle stemmen van mijn klasgenoten dwarrelden omhoog door de gebrandschilderde ramen de kerstnacht in. Eindelijk keek zuster Clarissa naar mij en maakte het afgesproken handgebaar. Nu. Ik sloeg, maar het stokje haakte in de mouw van mijn trui en bereikte niet de triangel. Het vloog uit mijn door de kou verkrampte hand en belandde bovenop de pauk naast mij. Het elastische vel werkte als een trampoline en joeg het stokje met een dissonerende “ploink” en een grote boog dieper het orkest in. Ik rende wanhopig achter het op drift geraakte slagwerktuig aan. Orkestleden sprongen op, stoelen vielen om. Uiteindelijk dook ik op voor zuster Clarissa en hield triangel en stokje triomfantelijk omhoog. Ze keek me vol afgrijzen aan. Voor het front van koor en orkest gaf ik de verlossende ping en nam buigend het warme applaus van het publiek in ontvangst.

Je kunt nu eenmaal niets weghouden voor Onze Lieve Heer, en zeker geen jonge meisjes.

© 2017

Geef je commentaar

  

Free lance
tekst­schrijver

portret free lance tekstschrijver
Ik ben Rob Hordijk. Mijn leven lang schrijf ik fictie en non-fictie boeken, zakelijke tekst, levensverhalen, artikelen, blogs, columns, verhalen. Soms voor mijzelf, meestal voor anderen.
Loop je vast? Kom je er niet uit? Tekstschrijver nodig? Neem contact op.

Meer over
levens­verhalen:

In 20 Tips om zelf je levensverhaal te schrijven vind je allerlei praktische tips om je eigen levensverhaal op schrift te stellen. Lees hier over schrijfplannen, lijdende en bedrijvende vorm, cliché's, waarom je je tekst moet detailleren en variëren en nog veel meer, tot en met opmaak en drukker.
Het schrijven van je levensverhaal doet een flink beroep op je geheugen. Gelukkig zijn er ook veel manieren om het op te frissen. Vooral Google kan je daarbij goed helpen. Neem een kijkje op Tips om je geheugen te stimuleren.
In het Levensverhaal in de psychologie kun je lezen dat de mens zichzelf ziet als een consistent verhaal. Een levensverhaal, dus. De psychologie kan daar iets mee. Jijzelf trouwens ook.
Er zijn allerlei Soorten levensverhalen en ze zijn van alle tijden. Biografiën, memoires, dagboeken, blogs, zelfs profielen op datingsites. Het worden er steeds meer maar wat is het verschil?
Kom je er niet uit? Loop je vast? Laat dan je levensverhaal door een tekstschrijver optekenen. Wat je daarvoor moet doen en daarvan kunt verwachten, lees je in Samen je levensverhaal schrijven.

Meer voorbeel­den van
levens­verhalen:

Een groepje jonge helden loopt de stad uit, het avontuur tegemoet. Jonge helden
Een man denkt terug aan zijn eerste jaren aan de rand van Utrecht. De Vecht stroomde gewoon verder
Een jongen zwoegt aan de blaasbalg van een kerkorgel zodat zijn vader nog een keer Mein junges Leben hat ein End kan spelen.
Een gestorven geliefde blijft door iemands hoofd spoken. De telefoon ging


Cartoon van een allround tekstschrijver die teksten schrijft die werken