Logo Rob Hordijk tekstschrijver
MENU

De telefoon ging

Fragment uit een levensverhaal


D

at de telefoon ging, verbaasde mij niet. Hij zou gaan. De vraag was alleen wanneer. Nu dus. Hij klonk als alle andere keren: schor, elektronisch, doordringend, zonder gevoel voor het gesprek waartoe hij opriep. Zonder enig begrip te tonen voor degene die belde en die misschien bang was om te moeten zeggen wat hij te zeggen had. Zonder mededogen met degene die de telefoon opnam en die tegen beter weten in hoopte dat hij niet zou gaan, nooit zou gaan, en nog veel banger was om te horen wat de ander had te zeggen.

Zo had de telefoon ons vaak gewekt, haar en mij. Vaak om ons uit de omarming los te scheuren waarin we de avond tevoren in slaap waren gevallen, mijn neus nog tussen haar haren, mijn hand op haar rechterborst. Zo'n omarming waarvan we dachten dat deze eeuwig zou zijn, alleen maar onderbroken door de wekker om zich daarna weer voort te zetten als omhelzing, als kus, als spel, als een droomreis langs haar lichaam. De toeristenoorden van haar lichaam, dacht ik grimmig. Al die plaatsen die ik had geliefkoosd en verzwolgen. Ze waren als badplaatsen langs een verlaten strand bij nacht geweest. “Je bent daar nooit alleen,” had ze gezegd. “Wacht tot de zon opkomt en je ziet bleke gestalten wegvluchten.”

Ik nam de telefoon op. Zijn stem was plechtig en vermoeid: “Ze is tien minuten geleden overleden”. Dus toch. Het was onvermijdelijk. Iets weten is iets anders dan iets zeggen. Weten is een van de vele schijngestalten van de geest, iets dat je nog kunt ontkennen of verzachten, maar zeggen maakt weten tot een feit, zoals een vonnis pas feit is als het is uitgesproken en de veroordeelde zijn straf in het gezicht is gesmeten. Alsof ze op dat moment stierf en niet tien minuten eerder, alsof ze nooit gestorven zou zijn als het niet was gezegd. Als ik de telefoon langer had laten overgaan, zou ze langer hebben geleefd. Ik had hem nooit moeten opnemen. Ik had een Griekse tempel moeten bouwen met zuilen en een fronton met prachtige beelden en in de tempel - als een hoogaltaar - een schor rinkelende telefoon en ik had iedereen moeten verbieden hem op te nemen. Dit weten had nooit feit mogen worden.
Zwart/wit opname van een vrouwelijk naakt in verleidelijke pose.
“Ik kom,” zei ik. Mijn stem zal niet anders hebben geklonken dan de zijne. We stonden allemaal in een striemende regen van vragen die haar dood over ons uitstortte. We leden niet aan hetzelfde schuldgevoel, o nee. Ieder van ons had het zijne of hare om te overdenken. Ik dacht aan de vele keren dat er iets van hoop in haar stem had geklonken, dat een woord van mij een keerpunt in haar leven geweest had kunnen zijn, zoals toen ze vroeg of we zouden trouwen. Nee, had ik gezegd. Bruusk. Ik wilde mij niet vastleggen. Ik had geen moment gedacht aan de moed die zij moest hebben opgebracht om die vraag te stellen. Haar meisjesachtige verlangen, haar hoop op een gezin voor haar en ons kind, de schijn van zekerheid en de bevestiging wie wij voor elkaar waren, haar liefde voor mij - ik had ze in een onherroepelijk ogenblik vertrapt. Je mag best nee zeggen, maar je mag geen dromen vermoorden, bedacht ik later met spijt. Het zou niet veel hebben veranderd, maar ik hoorde haar hoopvolle vraag nog vaak in mijn oren klinken, steeds schrijnender en wanhopiger naarmate ze verder afdreef van haar kind en mij en dieper wegzonk.

Nog steeds hoor ik elke nacht haar stem. Als een sissende fluistering in het donker van de slaapkamer, ergens ter hoogte van de lamp, of buiten in het zilver van verdroogde herfstbladeren, in het klagend suizen van de wind. Ze had zich aan het leven vastgeklampt alsof daar redding van te verwachten was, als iemand die zijn brandend huis wil binnenvluchten, een drenkeling die terugzwemt naar zee. Ondanks al het leven dat in haar school had het leven haar telkens afgewezen en was alleen de rand overgebleven, een strand vol roestige wrakken. De bleke gestalten waren nooit weggevlucht en hadden zich als maden aan haar vlees te goed gedaan. Zo leidde elke gedacht naar haar lichaam dat zo ontzettend ontzield was geraakt door de zekerheid dat er geen vergelijk meer te treffen, geen vergiffenis te smeken viel. Zo er al ooit iets goed te maken was geweest, was de kans daarop nu verkeken en daarmee zou elk van ons moeten leven.

© 2013

Geef je commentaar

  

Free lance
tekst­schrijver

portret free lance tekstschrijver
Ik ben Rob Hordijk. Mijn leven lang schrijf ik fictie en non-fictie boeken, zakelijke tekst, levensverhalen, artikelen, blogs, columns, verhalen. Soms voor mijzelf, meestal voor anderen.
Loop je vast? Kom je er niet uit? Tekstschrijver nodig? Neem contact op.

Meer over
levens­verhalen:

In 20 Tips om zelf je levensverhaal te schrijven vind je allerlei praktische tips om je eigen levensverhaal op schrift te stellen. Lees hier over schrijfplannen, lijdende en bedrijvende vorm, cliché's, waarom je je tekst moet detailleren en variëren en nog veel meer, tot en met opmaak en drukker.
Het schrijven van je levensverhaal doet een flink beroep op je geheugen. Gelukkig zijn er ook veel manieren om het op te frissen. Vooral Google kan je daarbij goed helpen. Neem een kijkje op Tips om je geheugen te stimuleren.
In het Levensverhaal in de psychologie kun je lezen dat de mens zichzelf ziet als een consistent verhaal. Een levensverhaal, dus. De psychologie kan daar iets mee. Jijzelf trouwens ook.
Er zijn allerlei Soorten levensverhalen en ze zijn van alle tijden. Biografiën, memoires, dagboeken, blogs, zelfs profielen op datingsites. Het worden er steeds meer maar wat is het verschil?
Kom je er niet uit? Loop je vast? Laat dan je levensverhaal door een tekstschrijver optekenen. Wat je daarvoor moet doen en daarvan kunt verwachten, lees je in Samen je levensverhaal schrijven.

Meer voorbeel­den van
levens­verhalen:

Een groepje jonge helden loopt de stad uit, het avontuur tegemoet. Jonge helden
Een meisje met wereldse opvattingen wil toch graag meedoen aan de kerstviering van de kloosterschool. De triangel
Een man denkt terug aan zijn eerste jaren aan de rand van Utrecht. De Vecht stroomde gewoon verder
Een jongen zwoegt aan de blaasbalg van een kerkorgel zodat zijn vader nog een keer Mein junges Leben hat ein End kan spelen.


Cartoon van een allround tekstschrijver die teksten schrijft die werken