Logo Rob Hordijk tekstschrijver
MENU

Voorbeelden van lellebellettrie

Voorbeelden van lellebellettrie - korte verhalen van zo'n 250 woorden met een erotische inslag, lichtvoetig, fatsoenlijk geschreven onfatsoen, soms afgerond met een overbodige moraal.

De bus

De bus van 17:18 uur was vol. Veel passagiers hielden zich vast aan beugels en stangen en leunden tegen elkaar. Voor hem stond een roodharig meisje gekleed in een zomerjurkje. Ze had zich naar hem toegekeerd maar schonk hem geen aandacht en keek naar buiten. Je medereizigers negeren was noodzaak om de gedwongen intimiteit van een busreis te doorstaan, dacht hij.

Totdat de hand waarin hij zijn tas vasthield door de bewegingen van de bus tegen de buik van het meisje kwam. ”Sorry,“ zei hij. Haar ogen leken vastgezogen aan de wereld achter het venster. Bij de volgende halte schoven de passagiers nog wat dichter op elkaar om nieuwe toe te laten. Ze kwam enigszins zijdelings tegen hem aanstaan. Door haar dunne jurkje voelde haar borst zinderend zacht tegen zijn bovenarm. De rug van zijn hand vulde de welving tussen haar onderbuik en de bovenzijde van haar dijen. Door de bewegingen van de bus liefkoosde hij haar als vanzelf, tot gekmakends toe. Zij leek haar buik nog meer tegen hem aan te drukken. Als de bus stilhield, zetten haar heupen de cadans voort, alleen merkbaar voor hem. Steeds heftiger.

In een buitenwijk stapte ze uit. Hij zag haar rode haar wegdansen op een grijze stroom. Ze keek niet om. De dagen daarna probeerde hij alle bussen rond 17:18 uur en wachtte uren op de halte waarop ze was uitgestapt, maar hij zag haar niet. Hij klampte mensen aan maar niemand kende haar.

“Ik heb je lief,” had hij willen zeggen.



Dickie

Op de avondschool ontmoette hij Dickie. Wat je noemt een lekker ding. Blond met zo’n kirrende lach als een leeuwerik op een zoele zomeravond. Elke beweging geladen met vrouwelijkheid. Ogen die hem uren uit zijn slaap hielden. Mooi maar ongenaakbaar. Vier jaar ouder dan hij, getrouwd, moeder van een zoon. Het zou bij tersluikse blikken blijven, dacht hij.

Ze maakten samen huiswerk. Toen ze over tafel leunde, raakte haar borst de rug van zijn hand. Schijnbaar toevallig. Hij dorst hem niet te bewegen dus deed zij het. Zij bewoog ook de hand die ze op zijn dij had gelegd en lippen die op de zijne drukten. In een oogwenk vatte hij vlam. Ze tuimelden naar de slaapkamer. Hij keek ademloos toe hoe zij zich uitkleedde. Met elk kledingstuk gleed een van haar geheimen weg. Voor het eerst zag hij echte borsten als romige Smiley‘s, een gouden driehoek die heupwiegend op hem afkwam, een roos die zich ontsloot toen ze haar dijen opende. Hij wierp zich op haar. Een jonge tijger met handen als klauwen die zich met puberwoestheid een weg tussen haar benen zocht en klaar kwam voordat hij goed en wel in haar was. Ze lachte. Ze zou hem de liefde leren en genieten van zijn onbesuisde temperament. Avondschool, nietwaar?

Toen hoorde zij haar man aan de voordeur. “Vlug,” zei ze en deed het raam open. Hij greep zijn kleren en vluchtte naakt haar flat uit.

Leren is ontsnappen aan onwetendheid, en soms aan een boze echtgenoot.



Koolborstels

De wasmachine in de badkamer had het begeven. Ze belde een monteur. Een krulharige blonde reus pakte de machine op, zette hem op zijn kant, schroefde de achterplaat los, verving de koolborstels. Op de plek waar de machine had gestaan lagen rommel en stof die zich in jaren probleemloos gebruik hadden verzameld. Een slanke flacon l’Oréal hield ze apart, de rest gooide ze weg. De monteur zette de machine weer op zijn plaats. “Hij doet ’t weer, mevrouwtje,” zei hij en vertrok.

Ze had hem uitgeleide gedaan en was weer teruggaan naar haar machine. In de badkamer hing nog de aanwezigheid van de blonde reus. Terwijl ze zich uitkleedde dacht ze aan spieren die zich spanden om de wasmachine op te pakken, het begin van billen zichtbaar boven de rand van zijn jeans toen hij zich bukte om de machine op zijn plaats te zetten. “Mevrouwtje,” dacht ze. Geen woord maakte zo duidelijk dat ze al wat ouder was en seksloos. Haar leeftijd had haar een boerka van spanningloosheid omhangen, als een dopje op een elektriciteitsdraad. Ze bekeek zichzelf in de spiegel. Ze had alles – en toch niets. Niets voor hem, zelfs niet voor een keertje. Geen onbezonnen moment vol zinnen met zijn woeste reuzenpik diep in haar, zijn ballen tegen haar billen. Ze zette de wasmachine op centrifugeren en ging er naakt bovenop zitten. De trilling was vertrouwd aangenaam. De fles l’Oréal paste nog precies.

“Niet spannend,” zei ze hardop, hijgend, “alleen af en toe nieuwe koolborstels nodig.”



Late reiziger

Het zat hem niet mee, die nacht. De wind woei jachtige sneeuw en regen over de weg. Voorbij Bork ontdekte hij dat hij een lekke band had. Hij zette zijn auto aan de kant. Op dit tijdstip hoefde hij niet op hulp te rekenen. Hij krikte de auto omhoog en monteerde het reservewiel. Doorweekt en verkleumd hervatte hij zijn reis.

Ze lag al in bed en was in diepe slaap. Ze geurde naar onbekommerde dromen en vooral naar welkom en waar was je nou. Haar warmte was een laaiende gloed. Kom maar murmelde ze in haar slaap. Hij vouwde zich om haar heen. Je hebt een vrouw nodig om te voelen hoe door-en-door verkild je bent, dacht hij. Hij trok haar vaster tegen zich aan, haar billen tegen zijn buik, zijn hand om haar borst, zijn neus in haar haar. Langzaam trok de kou weg en maakte het gevoel van ontreddering plaats voor intens welbehagen. God, wat was hij rijk met deze vrouw. Hij streelde haar zijdeachtige huid en liet even zijn hand over haar zachte buik en dijen glijden. Een kleine rondreis langs de essentie van het menselijk bestaan. Warmte, een lichaam om tegenaan te liggen en zich in te verliezen. Ze verlegde haar been alsof ze hem nog meer rijkdom wilde gunnen.

Heel even, dacht hij, toen haar warmte ook zijn levenslust had gewekt. Heel even liet hij zich in haar buik glijden. En zij, nog steeds slapend, ontfermde zich over de late reiziger die om onderdak vroeg.



Sater

Ze liep door het bos, weg van een wereld van dansen op opwindende muziek en mooie vrouwen met fraaie benen die zich soepel om prachtige minnaars vouwden. Zij hinkte en had geen fraaie benen. Ze had wel een mooie stok.

Terwijl haar leeftijdgenoten zich met elkaar vermaakten, sloot zij vriendschap met elfen en kabouters. Op een dag vertelde ze hun dat ze de liefde miste die de mensen om haar heen zo bezig hield. Maar wij houden toch van jou, riepen ze. Ze knikte verdrietig. Ze begrepen natuurlijk best waar het om ging.

De volgende dag waren haar vriendjes er niet. Ze liep verder het bos in totdat ze moe werd en op een grote knoest ging zitten. “Wat een wonderschone nimf,” zei een prettige diepe stem. Half verborgen achter een struik stond een jonge sater. “Hé,” zei ze, “kom eens tevoorschijn.”

Hij kwam en ging naast haar zitten. Leuke ogen, kleine hoorntjes verstopt in krullend haar, bokkenpootjes, een stijve piemel. De ideale kandidaat. “Jij hebt ook een stok,” zei ze. Hij hield verlegen zijn handen ervoor. “Laat maar eens zien,” zei ze en duwde zijn handen weg. “Wauw! Zal ik op je komen zitten?” Ze trok haar broekje uit, stapte over hem heen, zorgde dat zijn piemel op de juiste plek zat en liet zich zakken. Dat voelde goed. Zo goed dat ze dat voortaan steeds wilde.

Wedden dat zij meer plezier beleefde aan haar sater dan al die vrouwen met hun mooie benen aan hun minnaars?



De buurvrouw

Het was een nieuwbouwwijk waar nog niet alles was zoals het moest zijn. Dat bleek. Ze liepen samen op. Hij groot met krullend donker haar, haar haar rood en zij verschrikkelijk lekker, vond hij. Ze waren onderweg naar het wijkcentrum waarin een aantal diensten in tijdelijke barakken was ondergebracht. In de centrale hal bevonden zich de loketten van de burgerlijke stand en de post. Er kwamen allerlei deuren op uit.

In de hal was niemand. Zij nam plaats op de bankjes voor de deur waarachter artsen pilcontroles uitvoerden. Hij liep naar het loket van de post en was snel klaar. Zij zat er nog en hij ging naast haar zitten. Hij zou uren op haar hebben gewacht om met haar terug te kunnen lopen. Eindelijk werd ze door een jonge arts binnengeroepen.

Plotseling ging de deur opnieuw open. De arts wenkte hem. “Kom nou eens kijken, er is niks engs aan.” Hij volgde hem naar binnen en stond meteen in de behandelkamer. Daar lag zij op een onderzoekstafel, haar onderlichaam bloot, haar benen door voetsteunen gespreid. Tussen haar dijen vormden toegenegen lipjes een lieflijke vouw, gekoesterd door krullende rode haartjes. De arts opende met zijn speculum haar schede. “Prachtig, nietwaar?,” vroeg de arts. Hij knikte gretig.

Ze liepen samen terug, haar gezicht rood als haar haar. “Hij dacht dat je mijn man was,” zei ze verontschuldigend. “Ik had hem gezegd dat hij nooit mee naar binnen wil omdat hij dat eng vindt.”

Hij kon alleen maar grinniken.



Saai

Het was een saai feestje. Rombout zou er niet zijn geweest als zijn vrouw Marga er niet had moeten zijn. Iets met een goede vriendin. Ook al saai, dacht hij. Hij vond zijn vrouw steeds truttiger nu ze ouder werden.

Hij praatte met een paar mensen, liep de tuin in en keek wat rond. Zo kwam hij in de buurt van de garage waaruit onderdrukt gegiechel klonk. Hij keek door een venster naar binnen. Tot zijn verbazing zag hij het lachende hoofd van Marga en vlak daarbij het gezicht van een man. Ze kusten elkaar. Zij zat op een motorkap, haar rok opgestroopt tot haar middel, een borst hing als een rijpe peer uit haar bloes. De man stond tussen haar gespreide dijen en nam haar. Zijn broek hing op zijn enkels. Belachelijk gezicht, dacht Rombout, net als de hemdspanden die over zijn kont hingen en meewapperden met de stotende bewegingen die hij maakte. Toen pas realiseerde hij zich dat het de buik van zijn vrouw was waarin hij stootte.

Zijn vrouw! Haar haren waren in de war, er stond zweet op haar voorhoofd, haar borst bungelde heen en weer, haar bekken bewoog met zaadbeluste gretigheid. Geil. Rombout hoorde de man grommen terwijl Marga zong. Een paringsduet. Hoe kon ze saai zijn als ze deze man zo kon opwinden? Op haar gezicht zag hij iets dat hij lang niet had gezien: hartstocht. Het maakte haar een stuk jonger en begeerlijker.

Vrouwen zijn nooit saai, dacht Rombout, ik ben het zelf.

  

Free lance
tekst­schrijver

portret free lance tekstschrijver Ik ben Rob Hordijk. Mijn leven lang schrijf ik fictie en non-fictie boeken, zakelijke tekst, levensverhalen, artikelen, blogs, columns, verhalen. Soms voor mijzelf, meestal voor anderen.
Loop je vast? Kom je er niet uit? Tekstschrijver nodig? Neem contact op.

Illustrator (v/m) gezocht

Vertel me meer



Cartoon van een allround tekstschrijver die teksten schrijft die werken