Logo Rob Hordijk tekstschrijver
MENU

Egidius

Egidius stond zich graag voor op het feit dat hij door Alberon was uitverkoren om hem te assisteren. Dat was een niet gering compliment van een elf die in hoog aanzien stond, zowel binnen de elfengemeenschap als daarbuiten. Maar omdat ijdelheid onder elfen verwerpelijk is, moest Egidius zijn mond houden. Niettemin liet hij zich de bewondering van zijn leeftijdsgenoten, vooral van de vrouwelijke, graag welgevallen. Totdat hij Gorre ontmoette. Niet dat hij toen zijn ijdelheid verloor. In tegendeel. Hij stond nog langer voor de spiegel dan ooit en overwoog om een baard te laten staan om zijn elfse teerheid een wat menselijker ogend mannelijk accent te geven. Zijn gedachten cirkelden niet langer om de vraag wie hij zou kiezen uit de kring van elfse bewonderaarsters, maar om de vraag hoe hij dichter en vaker bij Gorre in de buurt zou kunnen komen. Het goudblonde kind van de bergen had diepe indruk op Egidius gemaakt. Hij zag haar in gedachten weer op de boomstam zitten, gehuld in een feest van kleurige rokken, haar kin op de palm van haar hand, haar blonde haren wapperend in de wind, zich afvragend wie haar vader zou zijn. Er was in haar een vertederende hunkering te weten waar ze vandaan kwam en een vermoeden dat het landschap waar haar ogen voor zich uit kijkend overheen gleden het antwoord op dit geheim bevatte. Goed, ze had hem tijdens hun eerste ontmoeting bijna als een loopjongen behandeld: “... Vraag het de weetelf. Wat kom je doen?” en hem vervolgens aangekeken. Zo ging je niet met de persoonlijke assistent van Alberon om, al had je nog zulke mooie ogen, maar wist zij veel? Nu, enigszins hersteld van het overrompelende effect van hun eerste ontmoeting, was Egidius blij dat ze dat had gevraagd. Oh zeker, hij zou naar de weetelf gaan, al had hij geen idee wie hij daarvoor moest uitkiezen. Maar elk antwoord, zelfs een dat hij zelf had bedacht, zou een reden zijn om weer naar haar toe te gaan.
Zo peinzend liep hij door Elvirim, de witte stad. Ofschoon elfen van het licht houden en grotten juist bekend staan om hun intense duisternis, was deze stad in een grot gevestigd. Dat zou niet zo zijn geweest als het niet een heel bijzondere grot was. Hij was gewelfd als een kathedraal, maar dan een hele grote en lichte. De zijwanden stegen boogvormig omhoog en bereikten elkaar precies in het midden, waar zich als een soort bekroning een gat bevond dat zonlicht van buiten doorliet. Onder het lichtvenster hadden zich druipstenen pilaren gevormd van het zelfde zuiver witte kalk waaruit de wanden van de grot waren opgetrokken. De witte pilaren en de wanden reflecteerden het invallende licht tot in de uithoeken en konden dat, doordat er veel fosfor in de kalk zat, zelfs een tijdlang als een flauw schijnsel vasthouden nadat de zon was ondergegaan. Daardoor was de grot veel lichter dan andere grotten. En daardoor was hij geliefd bij elfen die de grot al duizenden jaren bewoonden, de verlichting hadden uitgebreid met talloze toortsen die elke avond werden ontstoken en comfortabele woningen en galerijen hadden uitgehakt in de zachte kalkwanden. Bovendien heerste in de grot het hele jaar door een aangename en vrijwel constante temperatuur.
Door het midden liep een rivier. Niet zo'n woeste bergstroom die op het ene moment droogstaat en op het volgende moment een kolkende, oevers overschrijdende watermassa is, afhankelijk van de vraag of het buiten de grot geregend heeft of niet, maar een rustige, enigszins murmelende rivier die in het midden van de stad een meertje had gevormd. Aan weerszijden van het meertje hadden de elfen boogbruggen over de rivier gebouwd van de kalksteen die uit de woningen afkomstig was. Egidius had hier vaak gezwommen of in een bootje rondgedobberd. Het meertje droeg zilverachtig bij aan de fantastische akoestiek van de enorme grot waarvan het elfenkoor, dat bij feestelijke gelegenheid op beide oevers stond en waarbij de zangers en zangeressen in hun witte gewaden een prachtig schouwspel boden, dankbaar gebruik maakte. De hoge stemmen van de dansende elfenvrouwen parelden boven elkaar in de ruimte uit, tintelden het gewelf, streden in zuiverheid en helderheid met het invallende licht en eisten elk afzonderlijk even de aandacht op voordat zij weer neerzonken in de gezamelijke melodieuze elfenzang, begeleid door het getokkel van een paar lieren. Soms steeg een liefdesduet van een vrouwen- en mannenstem naar het lichtvenster omhoog, waar de hoge en lage stem zich als in een akoestisch paringsritueel om elkaar heen vlochten. De andere elfen bleven staan, staakten hun bezigheden en luisterden naar de zilveren klanken. Muziek was een van hun voornaamste liefhebberijen.
De elfen zijn de wetenschappers van de magische wereld. In de zijruimtes van de grot zijn veel boekrollen te vinden en vaak zie je, lopend door Elfirim, door een deuropening een elf gebogen over zo'n rol zitten, speurend naar het antwoord op de vraag waarom de dingen zijn zoals ze zijn of waarom mazelen met rode vlekjes gepaard gaat of zo. Maar vaak kun je dat als elf beter aan een andere elf vragen, want de meeste kennis zit in hun hoofd. Meer praktisch ingestelde elfen houden zich in de zijruimtes en in de grotten die verderop in het gebergte liggen bezig met die dingen die voor een gemeenschap nodig zijn, zoals allerlei vormen van handarbeid en het verbouwen van het geheimzinnige elfenvoedsel. Dan zijn er nog de elfen die als uitvloeisel van de elfse opvatting dat kennis en kunde aan iedereen ten goede moet komen, naar buiten gaan en in de wijde wereld de meest schrijnende gevallen van ziekte, hongersnood en andere vormen van ellende proberen te verlichten.
Denk nu niet dat lieden die het nadenken over dingen tot kunst hebben verheven, doetjes zijn. Al vinden zij het heldhaftiger om een dorp te redden dat onder een lawine terecht dreigt te komen, hun wapenfeiten in de talloze oorlogen die ze in de loop der tijd hebben moeten voeren liegen er niet om. “Meer dan kennis is wetenschap een manier van denken, een mentaliteit die zich niet alleen beperkt tot de gebieden waarop we ons willen bewegen, maar zich onvermijdelijk ook uitstrekt tot die waarop we dat eigenlijk niet willen maar soms wel moeten, zoals oorlogvoering,” zei een elfenkoning eens. Het leidde ertoe dat de elfen kunnen beschikken over lichtere maliënkolders en bogen die verder reiken en nauwkeuriger zijn dan die van anderen.
Egidius stak een van de bruggen over en beklom de trappen naar de hogere galerijen waar de meest vooraanstaande elfen woonden. Als alle andere gemeenschappen kende ook die van de elfen rangen en standen, alleen berustten onderscheid en overwicht op leeftijd, ervaring en wijsheid, natuurlijke eigenschappen die elfen direct bij elkaar herkenden. Aan het hoofd van de gemeenschap stonden de Hoge Raad en de elfenkoning. Omdat de elfen helemaal geen behoefte hadden aan een of andere almachtige potentaat, was de elfenkoning niet meer dan de voorzitter van de Hoge Raad en woonde een paar deuren voorbij die van Alberon.
Egidius betrad de woning van Alberon, die hem had ontboden.
- “Bedenk, beste Egidius, dat het ergste van sterfelijkheid niet het sterven is, maar het ouderworden,” zei Alberon, nog voordat Egidius hem had kunnen begroeten.
Hij keek zijn leermeester verbaasd aan.
- “Dat, m'n jongen, is het beste antwoord op je vraag. Of je hem nu stelt of later. Ouderworden duurt bij sterfelijken hun hele leven lang.”
Alberon zat onafgebroken in een boek te bladeren dat voor hem lag en had hem nog steeds niet aangekeken.
- “Ik zou, nu je Gorre mijn verzoek succesvol hebt overgebracht, graag willen dat je een paar anderen soortgelijke bezoeken brengt.” Alberon sloeg het boek dicht. “We moeten alles mobiliseren wat we kunnen.”
- “Is Gorre ...,” begon Egidius.
- “Ja. 't Scheelde een haar of ze was met haar motorfiets aan een boom blijven kleven, maar ze heeft Mayer gevonden.”
Egidius raapte zijn moed bijelkaar.
- “Weet u wie de vader van Gorre is?”
- “Het is niet altijd wijs om het onbekende te leren kennen als je jezelf nog niet kent. Schoonheid komt soms uit slechtheid voort,” zei Alberon. “Maar laten we ons bezighouden met belangrijker zaken.”
Egidius begreep dat hij niet meer moest vragen en nam plaats tegenover Alberon.
- “Een catena is een cirkel. Ik heb je geleerd dat een cirkel meer dan enig andere figuur magisch is. Het is eigenlijk de moeder van alle figuren. Je kunt een cirkel verkleinen tot een punt, versmallen tot een rechte lijn of een ellips, om een as laten wentelen tot een bol en uitrekken tot een spiraal. Alles wat wij om ons heen zien en alles wat onzichtbaar is komt uit een cirkel voort. De cirkel is in zichzelf oneindig en altijd symmetrisch. Het is het symbool van de zuiverheid door de bron te zijn van de ingesloten gelijkzijdige driehoek, het vierkant en andere regelmatige veelhoeken. Een cirkel is ook de voortgang van het wiel, de soepele kracht van de handboog en de onverzettelijkheid van het gewelf.
Een figuur die sterk verwant is aan de cirkel, is de golf. Je kunt wijsgerig verklaren dat de perfecte golf uit een cirkel voortkomt, maar je kunt dat ook aanvoelen door naar een golf te kijken. Overal om je heen kun je zien dat een golf een belangrijk verschijnsel is. Kun je je een effectievere wijze voorstellen waarop water zich zou verplaatsen dan als golf? De eindeloze beweging lijkt zichzelf in stand te houden en soms nieuwe kracht op te doen. Dat is een van zijn geheimen. Deze golf is ook de wijze van verplaatsen van een aantal verschijnselen die niet zichtbaar zijn. Als iets geen benen heeft om op te lopen en geen vleugels om te vliegen, dan blijft de methode van de slang over om zich voort te bewegen. Van deze methode maakt bijvoorbeeld het geluid gebruik. Als er geen beletsel is in de vorm van wanden, vloeren en plafonds, gaat de golf van zijn oorsprong af zo lang mogelijk door totdat deze uiteindelijk tot rust is gekomen en niet meer hoorbaar is. Maar als er wel begrenzingen zijn, wordt het geluid weerkaatst. De slang schiet van de ene naar de andere kant. We kennen dat als echo. Als de omstandigheden goed zijn, hoor je die echo vele malen terugkomen. Dat is een aanwijzing dat zo'n slangenkronkeling een wijze van voortbewegen is die blijkbaar lang kan worden volgehouden. Maar onder heel bijzondere omstandigheden worden de uitgezonden en van de wanden terugkerende golven bij elkaar opgeteld, alsof de slang zich bij elke weerkaatsing in meer slangen splitst. Het geluid, de eerste slang, breidt zich, telkens als het een obstakel in de vorm van een plafond, wand of bodem raakt, uit tot vele slangen die ons oor als een optelsom bereiken. Daardoor klinkt het geluid luider. Dit is een merkwaardig maar onmiskenbaar fenomeen dat ik in een aantal grotten om ons heen uitvoerig heb kunnen bestuderen. Het geluid van iemand die op de juiste plaats staat en iets fluistert, klinkt een heel stuk verderop krachtiger dan waarneembaar was aan de mond van de fluisteraar.
Ook het verstand en het gemoed bewegen zich voort alsof zij een slang zijn. Je ervaart dat bij jezelf als een aaneenschakeling van pieken en dalen, net zoals de kronkelbeweging van de slang. In je eigen spieren wordt je gemoed vaak als een trilling van aandoening, woede, verliefdheid of zenuwachtigheid weerspiegeld, soms zelfs met een heftigheid die je belet iets te doen. Trilling en golf hebben alles met elkaar te maken en komen voort uit dezelfde bron. Maar het gemoed is een ander soort golf dan die van het geluid, al vertoont hij dezelfde eigenschappen. Wat de ideale, welluidende grot is voor het geluid, kan de halsketting voor het gemoed en het verstandzijn. Een catena, die als halsketting een natuurlijke weg is tussen hart en verstand, heeft de ideale vorm om versterking van de gemoeds- en verstandskronkeling mogelijk te maken op dezelfde wijze als waarop de vele slangen dat bij het geluid doen. De oneindigheid van de cirkel, die de gesloten halsketting is, biedt de golf de mogelijkheid oneindig voort te gaan. Dat geheimzinnige fenomeen van versterking zorgt er vervolgens voor dat de golf niet alleen de kracht heeft om eindeloos voort te gaan, maar zelfs in kracht toeneemt tot een werkzaamheid die ver buiten de ketting zelf voelbaar is.
Nu is het niet zo dat deze verschijnselen bij elke halsketting optreden. Om het verschijnsel van versterking mogelijk te maken, moet een ketting precies de juiste afmeting hebben. Ongeveer of vrijwel dezelfde afmetingen is niet voldoende. Alleen de exacte maat geeft de versterking. Daarnaast moet de ketting van de juiste stoffen zijn gemaakt. Om de lichaamsvormen te kunnen volgen en gracieus met de draagster mee te bewegen – want de ketting moet graag en veelvuldig worden gedragen om zijn lading te verwerven - moet het snoer buigzaam zijn. Het rijgsnoer kan daarom het best worden gemaakt van bijvoorbeeld paardenhaar of leer. Een ketting van kleine metalen schakels werkt niet omdat daarin de golf niet op juiste wijze tot ontplooiing kan komen. Dat is tevens de reden dat veel kostbaarder kettingen van goud of zilver nooit een catena kunnen zijn, hoe jammer dat ook is voor al die gekroonde en adellijke halzen en boezems.
Om bij toeval een snoer te maken dat al deze eigenschappen bezit, moet er een ontzettend groot aantal zijn vervaardigd en dat gebeurt alleen met goedkope snoeren. Het snoer dat deze catena heeft voortgebracht is gedurende vijfentwintig eeuwen of langer nagenoeg ongewijzigd gemaakt. Zelfs als de vervaardigingsmethode traag was, garandeerde deze tijdsduur toch een kolossale productie waaruit al met al een onthutsend klein aantal catenae is voortgekomen. Van dat kleine aantal overleefde slechts een gering deel de gevaarvolle eerste tijd waarin de kettingen nog niet in staat zijn voor zichzelf te zorgen en zich aan vernietiging te onttrekken. Zo'n risico is bij relatief goedkope kettingen allerminst denkbeeldig.
Ik vertel je dit om je duidelijk te maken wat een catena eigenlijk is: geen voorwerp dat door een boosaardige magiër is bezworen en betoverd, maar een voorwerp dat zichzelf heeft gevormd en daarbij gebruik heeft gemaakt van min of meer toevallige maar niet minder unieke omstandigheden. De enige magie die daarbij betrokken is, is de magie van de samenstellende materialen, zo die al over magie beschikten, en die van de cirkelvorm. Ik dacht aanvankelijk dat de catena een ondeelbaar geheel was, zoals een steen of een ander voorwerp door toedoen van een spreuk of bezwering als geheel magisch kan zijn. In zo'n geval kan de magie vrijwel niet worden opgeheven of veranderd. Maar dat is bij een catena niet zo. Dat besef overviel mij toen ik de geluidsslangen bestudeerde.”
Alberon pauseerde even. Egidius bleef hem verwachtingsvol aankijken.
- “Ik weet niet of onze tegenstander dat weet,” vervolgde Alberon, “maar het feit dat catena en zijn lading niet ondeelbaar zijn, betekent dat een goede catena in een kwade kan worden veranderd. Dat betekent dat het belang van de magiër, Berchaël, die achter Werra zit groter is dan wij dachten. Hij wil onze catena niet alleen hebben om te voorkomen dat deze de zijne min of meer kan neutraliseren, maar omdat het bezit ervan hem in staat stelt over twee gelijkaardige catena's te beschikken. Hij hoeft alleen maar de goede lading uit die van ons te halen en te vervangen door slechte.”

Geef je commentaar

  

Free lance
tekst­schrijver

portret free lance tekstschrijver
Ik ben Rob Hordijk. Mijn leven lang schrijf ik fictie en non-fictie boeken, zakelijke tekst, levensverhalen, artikelen, blogs, columns, verhalen. Soms voor mijzelf, meestal voor anderen.
Loop je vast? Kom je er niet uit? Tekstschrijver nodig? Neem contact op.

Over dit verhaal

Dit is een fragment uit Catena, een fantasy epos dat deels verloren is gegaan. Het speelt zich af in een Midden-Europees gebergte. Gebeurtenissen en karakters zijn gedeeltelijk gebaseerd op oude sagen en legendes. Het epos beschrijft openhartig de lotgevallen van mensen, wolven, Dwergen, Kobolden, Elfen, heksen, tovenaars, weerwolven, spechten, valken, adelaars en nog veel meer die verwikkeld zijn in de aloude strijd tussen goed en kwaad.



Cartoon van een allround tekstschrijver die teksten schrijft die werken