Logo Rob Hordijk tekstschrijver
MENU

Dr. Petrus Mayer

Mayer dacht na. Hij wist wat hij tegen de conservator van het museum zou moeten zeggen. Als hij snel resultaat wilde, moest hij hem niet vragen hem de ketting af te staan. Waarschijnlijk was deze eigendom geworden van deze of gene overheid en als de conservator al zou willen meewerken, dan zouden er allerlei tijdverslindende procedures moeten worden afgewerkt voordat van een overdracht sprake zou kunnen zijn. Mayer zou hem gewoon vragen de ketting te lenen voor een expositie in zijn eigen dorp en vervolgens zou de ketting zoekraken. Vervelend, maar niet ongewoon. Over een voorwerp dat bij hen in het magazijn had gelegen zou het museum zich wel niet al te druk maken. En over het feit dat hij de waarheid een beetje verdraaide, maakte Mayer zich evenmin zorgen. Wie werd er nu precies benadeeld? De overheid? Die had de ketting gekregen en er waarschijnlijk niets voor betaald. Het museum? Daar nam hij blijkbaar alleen magazijnruimte in beslag. In Mayers visie berustte het eigendom bij diegenen die er het meeste recht op hadden, maar dat recht niet konden effectueren: de wolven. Mayer dacht na over Alberons relaas en het beeld van de dierenwereld dat hij had geschetst. Hij was begaan met de natuur, niet vanuit een theologische gezichtspunt waarvoor de superioriteit van de mens ten opzichte van het dier het uitgangspunt was, maar vanuit een gelijkheidsbeginsel waarin mens en dier gezamenlijk de aarde bevolken en er ook gezamenlijk uit moesten zien te komen. Dat zou moeten leiden tot een soort dynamisch evenwicht waarbij grenzen verschuiven ten gunste van diegenen die meer ruimte nodig hebben en ten koste van degenen die dat kunnen missen, maar zonder dat de sterkste zijn wil oplegt aan de zwakkere. En dat laatste was al een hele tijd het geval. Maar wat zou er gebeuren als de dieren zich inderdaad zouden organiseren en zich tegenover de mens zouden plaatsen zoals de mens dat tegenover hen doet? Een fascinerende gedachte, bijna net zo fascinerend als de vraag wie Werra was, die die gedachte blijkbaar had opgevat. Wat was dat voor een dier dat over zo'n menselijk brein beschikte. Het was immers niet mogelijk, zo vond Mayer, dat dierlijke intelligentie in zijn hoogst denkbare intellectuele vorm zulke menselijke doeleinden als organisatie en macht nastreefde. Dierlijke intelligentie, zoals hij die kende, was primair gericht op het beter doen van wat het dier al deed. Maar een dier dat zo intelligent was dat het zijn brein opnieuw en geheel anders programmeerde, was eigenlijk ondenkbaar. En toch was dat wat hier was gebeurd. Dat liet Mayer niet los. Haat, dat was het woord dat Alberon had gebruikt en dat Mayer misschien wel het meest te denken had gegeven. Haat is een krachtige emotie terwijl dieren in het beste geval een paar elementaire gemoedstoestanden als bang, prettig, eenzaam kennen die vooral gericht zijn op hun eigen voortbestaan. Het vleesetende deel van de dierenwereld bestaat uit prooi- en roofdieren, die in verschillende voedselrelaties tot elkaar staan en bijgevolg bang voor of juist geïnteresseerd in elkaar zijn, maar haat komt daarbij niet voor. Voor haat is gegeten worden niet voldoende; er zijn diepgekrenkte ego's voor nodig. Je zou eigenlijk de schepping moeten veranderen, peinsde Mayer, je zou de schepping moeten veranderen... En dat is precies wat Werra doet. Hij geeft ze een soort persoonlijkheid, een soort bewustzijn en legt ze vervolgens uit dat dat gekrenkt is.

Alberon liet niet lang op zich wachten. Al na een dag of twee dook hij opeens weer op toen Mayer over het kerkplein naar de ingang van de kerk liep. Kerken moesten groot zijn, vond Mayer, een soort alom zichtbaar stenen geloofsanker voor zijn gemeente met een hoge toren en beierende klokken. Een bouwkundige verhevenheid die de verhevenheid van zijn geloof symboliseerde. En terwijl hij zo zijn kerk in zich opnam was daar opeens Alberon in het portaal dat daarvoor nog leeg was geweest. Mayer was met een schok weer terug bij de gedachten die hem vanaf Alberons eerste bezoek voortdurend hadden beziggehouden. Was Alberon echt een elf? Deed het er veel toe wat hij was? Vanuit een theologisch gezichtspunt wel, had Mayer bedacht, maar voor dieren niet. Daar kon iemand rustig zijn wie hij was of meende te zijn.
- “Kom ik gelegen om ons gesprek voort te zetten?,” vroeg Alberon. Hij had zijn hoed weer op.
- “Ja, komt u mee.”
Ze liepen door de kerk naar de pastorie en namen plaats aan de tafel waar ze de vorige keer hadden gezeten.
- “Ik zou u graag een bevestiging willen geven van mijn bestaan en dat van mijn volk. Daarvoor zou ik u mee moeten nemen. Ik zal dat graag doen als de tijd daarvoor rijp is. Ik denk dat we nu dringender onderwerpen te bespreken hebben.”
Weer die lichte ogen die in al hun vriendelijkheid ook dwongen tot aankijken.
- “Ja, Fenrir.” zei Mayer.
- “Er is iets aan de hand in de dierenwereld,” zei Alberon. “Het zal u zijn opgevallen dat er de laatste tijd incidenten zijn geweest waarbij wolven mensen aanvielen?”
Mayer knikte.
- “U zult ze wellicht niet allemaal kennen omdat vele zich voordeden op afgelegen plaatsen. Maar ze zijn tekenend voor de situatie. Ze berusten namelijk niet op toeval, maar maken deel uit van een plan. Het zijn geen incidenten, maar aanslagen.”
- “Aanslagen?”
- “Ja. De dierenwereld in onze streken wordt gedomineerd door de wolf. Zij zijn door hun combinatie van kracht, intelligentie, aantal en onderlinge saamhorigheid het sterkst. Vooral hun natuurlijke saamhorigheid is een belangrijke factor. Wetenschappers hebben zich tevredengesteld met de constatering dat wolven in een roedelstructuur leven. Maar de samenhang gaat veel verder. Ook roedels onderhouden onderlinge betrekkingen en zo heeft zich een wolvengemeenschap gevormd. Aan het hoofd daarvan staat een Hoge Raad en een wolvenkoning.”
Alberon wachtte even. Mayer keek hem gespannen aan.
- “Deze wolvenkoning is een soort primus inter pares. Hij wordt gekozen door vertegenwoordigers van verschillende wolvengroepen die samen de Hoge Raad vormen. Daaruit blijkt weer hoe ver de structuur gaat en hoe sociaal en tevens modern die eigenlijk is, hoewel hij al eeuwenlang bestaat. Deze koning geniet groot aanzien in de wolvenwereld maar zijn macht berust vooral op wijsheid en overtuigingskracht. De koning en zijn Raad komen alleen bij elkaar als er echt iets aan de hand is. Daardoor zijn hun samenkomsten een zeldzaamheid. De laatste keer dat dat gebeurde is al weer een aantal jaren geleden en ging over de ongerustheid die er onder de wolven heerste vanwege het steeds verdergaande verlies aan leefgebied.”
Weer pauzeerde Alberon even. Toen ging hij verder:
- “Maar het feit dat wolven ontvankelijk zijn voor zo'n structuur heeft ook een schaduwzijde. Ergens is een groep wolven ontstaan die een eigen leider heeft, Werra. Al deze wolven zijn zwart. Werra heeft een haat tegen mensen en wil de wolvengemeenschap tegen hen mobiliseren. Hij denkt dat hij de mens kan verslaan of in elk geval zijn opmars met geweld tegengaan.”
- “De aanslagen,” zei Mayer.
Hij had gehoord van incidenten op verschillende plaatsen waarbij wolven agressief tegen mensen waren geweest. Hun optreden had het karakter gehad van georganiseerde overvallen en omdat er geen directe aanleiding of doel te vinden was geweest, werden ze aanslagen genoemd.
- “Inderdaad. Hij heeft zijn wolven op een krijgszuchtige manier georganiseerd en provoceert nu. Maar hij wil nog iets anders. Werra wil alle dieren, dus niet alleen wolven, organiseren naar zijn model. En bij die dieren, die allemaal al eeuwen op de loop zijn voor de mens en die geen uitzicht hebben dat het ooit anders zal zijn, leeft begrip en zelfs waardering voor Werra. Hij is de sterke leider die ervoor zal zorgen dat alles voortaan beter gaat en hij heeft succes. Het is een bekend beeld waaruit weer eens blijkt dat mens en dier minder van elkaar verschillen dan men denkt.”
- “Werra is Fenrir?”
- “Ja, Werra is een soort moderne Fenrir. Hij is eigenlijk geen wolf, maar een intelligente weerwolf. Hij is groot, sterk en gemeen. Hij staat in zijn eigen wereld in hoog aanzien omdat hij de beer Koum heeft verslagen.”
- “Weerwolven bestaan ook?” Op het gezicht van Mayer stond ongeloof.
- “Ja, alleen zijn ze anders dan ze door mensen worden beschreven. Er zijn twee soorten weerwolven. De ene soort is ooit ontstaan uit kruisingen van wolven en trollen, de andere uit wolven en mensen. Daardoor zijn ze groter en sterker dan gewone wolven, al zien ze er anders uit. De nakomelingen uit de trollenlijn zijn groot en dom, die uit de mensenlijn zijn minder groot maar slim. Werra behoort tot de laatste categorie. Gelukkig zijn er niet veel en dat kan verklaren waarom de mens ze alleen uit overlevering kent.”
- “U vertelt mij dit verhaal niet zonder reden. Wat zou ik voor u kunnen doen?
- “Binnen de dierenwereld is er ook oppositie tegen Werra en zijn ideeën. De wolvenkoning, traditioneel een grijze wolf, zag niets in een conflict met mensen omdat hij, terecht denk ik, ervan was overtuigd dat dat alleen maar slecht voor de wolven kon aflopen. Hij zei dat hun aantal op dit moment stabiel is en zelfs wat toeneemt, en dat is in eeuwen niet gebeurd. Hun leefgebied wordt misschien wel kleiner, maar is nog steeds groot genoeg. Bovendien leren wolven steeds beter om te gaan met mensen, waardoor er ook meer plaatsen zijn waar wolf en mens betrekkelijk vreedzaam samenleven. Maar de koning is dood en het koningsschap wordt door Werra uitgedaagd iets te doen.”
- “Wat wilt u daaraan doen?,” vroeg Mayer.
- “Er moet een nieuwe wolvenkoning worden gekozen en deze moet weer over de wolvengraal kunnen beschikken.”
- “Wat is dat voor iets, de wolvengraal?”
- “De wolvengraal is een voorwerp dat van groot belang is voor de wolvengemeenschap en eeuwenlang in haar bezit is geweest, maar dat zich nu in mensenhanden bevindt. Het houdt de gemoederen op gelijke wijze bezig als de graal in het Christelijke geloof. De wolvengraal of catena is een halsketting die aan Romulus zou hebben toebehoord toen die door de wolvin Lupa werd gezoogd en die in haar leger is blijven liggen nadat Romulus en Remus door de herder Faustulus waren meegenomen. Deze catena is het zinnebeeld van de wolven geworden, het enige aardse voorwerp dat hen met hun godin Lupa verbindt, en wordt door hun koning gedragen. De catena is lange tijd in vreemde handen geweest, toen door een magiër weer teruggevonden, daarna opnieuw vermist en toen weer in het bezit van de wolven gekomen. Verbaas u niet over dit grillige patroon. Catena's zijn stokoud, dus hun historie omvat talloze eeuwen, en hebben de opmerkelijk eigenschap zelf te kiezen aan wie zie willen toebehoren. Er gaat voor de wolven een mystieke kracht vanuit. Maar de wolvenkoning is een paar jaar geleden doodgeschoten en zijn halsketting is door mensen gevonden en in een museum terecht gekomen. Nu het koningschap door Werra wordt bedreigd en betwist is het voor dieren en mensen van groot belang dat deze catena weer boven water komt.”
- “In welk museum ligt die halsketting?”
- “De ketting ligt in een museum in een stad niet ver hier vandaan. Daar is hij in het magazijn beland. Men heeft wel de ouderdom vastgesteld, maar niet de betekenis.”
- “Wilt u dat ik die graal voor u ophaal?”
- “Ja, dat zou ons ontzettend helpen. Maar pas op: deze catena is niet zomaar iets, een dood ding. Het is een magisch instrument met een grote kracht. Hoewel ik niet precies weet wat die magiër ermee heeft gedaan, geloof ik dat de geaardheid van deze catena in principe goed is. Ik zeg dat omdat er meer zijn, een paar maar gelukkig, die anders zijn. Er is er minstens een die uitgesproken boosaardig is. En geloof me, deze catena's werken, onopvallend maar ontegenzeggelijk. Met onopvallend bedoel ik dat de gevolgen niet aan de halsketting kunnen worden toegschreven, met ontegenzeggelijk dat zij er zijn en dat zij ingrijpend zijn. De eerste aanwijzing daarvan wordt geleverd door de gebeurtenissen rond Romulus en Remus. Dat is tevens de aanleiding aan deze catena een welwillende natuur toe te schrijven.”
- “Het goede, of het nu magie is of niet, is altijd de vriend van het geloof, althans in mijn opvatting. Er zijn ook stromingen die magie afwijzen als een duivels werktuig. Maar berust ook ons geloof niet voor een deel op magie?,” zei Mayer.
- “Dat is precies de reden waarom ik naar u toe ben gekomen. U zult op grond van uw persoonlijke geloofsopvatting deze fetisj kunnen respecteren zonder zijn magische krachten aan te spreken. En uw geloof zal u bescherming bieden tegen de magie van de catena zelf en mogelijk tegen die van andere catena's. Bedenk daarbij dat er meer catena's werkzaam zijn. Ik ben er nog niet achter of de tegenstander ook over zo'n halsketting beschikt, maar dan een met een signatuur tegengesteld aan deze. Dat zou me niet verbazen. Er zijn nog veel meer vraagstukken die ik moet oplossen. Maar het kan zijn dat de ene catena de andere probeert uit te schakelen door zijn grote kracht op de drager of draagster te richten. Zij zijn waarschijnlijk in macht tegen elkaar opgewassen en tevens elkaars tegenpolen. Als zij in elkaars nabijheid verkeren, kunnen zij elkaar opheffen en dat zal minstens een van hen proberen te voorkomen omdat zij nu eenmaal van de mens zijn instinct tot overheersen hebben geërfd. Omdat de kracht die zij op drager of draagster richten vooral spiritueel zal zijn, denk ik dat u daartegen beter dan enig ander bent opgewassen.”

Geef je commentaar

  

Free lance
tekst­schrijver

portret free lance tekstschrijver
Ik ben Rob Hordijk. Mijn leven lang schrijf ik fictie en non-fictie boeken, zakelijke tekst, levensverhalen, artikelen, blogs, columns, verhalen. Soms voor mijzelf, meestal voor anderen.
Loop je vast? Kom je er niet uit? Tekstschrijver nodig? Neem contact op.

Over dit verhaal

Dit is een fragment uit Catena, een fantasy epos dat deels verloren is gegaan. Het speelt zich af in een Midden-Europees gebergte. Gebeurtenissen en karakters zijn gedeeltelijk gebaseerd op oude sagen en legendes. Het epos beschrijft openhartig de lotgevallen van mensen, wolven, Dwergen, Kobolden, Elfen, heksen, tovenaars, weerwolven, spechten, valken, adelaars en nog veel meer die verwikkeld zijn in de aloude strijd tussen goed en kwaad.



Cartoon van een allround tekstschrijver die teksten schrijft die werken